Minister Edith Schippers over de geboortezorg

Auteur
Niels van Haarlem
Categorie
Overig
Print artikel
Integrale bekostiging wordt alleen ingevoerd bij samenwerkingsverbanden die er klaar voor zijn. Minister Edith Schippers wil met de KNOV en andere partijen om tafel om een einde te maken aan de onrust en te komen tot een gezamenlijke visie. "Het is onwenselijk dat één partij het voor het zeggen krijgt in de geboortezorg. Ik verwacht een sterkere positie van de verloskundige in plaats van een zwakkere."
schippers2_groot

Op het moment van het interview is het de dag van het Oekraïne-referendum.

Op die 6 april is het nog minder dan een jaar tot de verkiezingen voor de Tweede Kamer. De opmaat naar een nieuw kabinet.

Sinds haar aantreden in oktober 2010 als VVD-minister heeft Edith Schippers de zorg in beweging gekregen. Van terugdringen van de kosten tot de substitutie van de tweede naar de eerste lijn. Nu ligt er nog geen jaar voor de volgende verkiezingen een stevig dossier op haar bureau. Dat van de transitie in de geboortezorg. Misschien wel een van haar laatste klussen als minister van VWS?

Een lastige klus, want de aangekondigde veranderingen in de geboortezorg zorgt voor veel rumoer. Integrale bekostiging moet volgens het advies van onderzoeksbureau KPMG het komende jaar worden ingevoerd. Verloskundigen komen in verzet, zeggen 'nee' tegen de zorgstandaard en ondertekenen massaal een petitie om het tij te keren. Wat betekent de verandering voor de positie van de zelfstandige verloskundige in de eerste lijn, voor de regionale samenwerking en voor de keuzevrijheid van vrouwen?

'Een sterkere positie van de verloskundige'

Begrijpt u de onrust?

"Veranderingen zorgen altijd voor onrust. Je weet wat je hebt, maar niet wat je krijgt. De geboortezorg krijgt nu echter te maken met een verandering die we terugzien in de gehele zorg. Ook in de geboortezorg maakt de solistisch werkende zorgprofessional onderdeel uit van een keten van zorgprofessionals. Samenwerken in netwerken is nodig om zo de juiste zorg te verlenen aan de patiënt of in dit geval de zwangere, de moeder en het kind. Natuurlijk maken verloskundigen zich tijdens dit veranderingsproces grote zorgen. Kan ik straks mijn vak nog wel uitoefenen? Word ik overgenomen door sterke tweedelijnspartijen? Dus ik herken de onrust."

Wat is het antwoord op die vragen?

"Verloskundigen hebben passie voor hun vak. Terecht, want het is een prachtig beroep. Een beroep dat ook moet en zal blijven bestaan. Overal in de zorg verschuiven taken van de ene beroepsgroep naar de andere. Neem de huisarts die taken afstaat aan de verpleegkundig specialist of aan de POH. Of de mondhygiënist die werk van de tandarts overneemt. Maar ook in het ziekenhuis waar de physician assistant werk van de medisch specialist overneemt. Ook in de geboortezorg gaan steeds meer taken van de gynaecoloog naar de verloskundige. En niet andersom. Ik verwacht daardoor juist een sterkere positie van de verloskundige in plaats van een zwakkere. Het zou dan ook heel raar zijn als er taken van de verloskundigen naar de gynaecoloog gaan. Die beweging van de eerste naar de tweede lijn gaat in tegen de algemene tendens in de zorg. Het is onwenselijk als de geboortezorg naar de tweede lijn gaat. Dat zou zelfs een zeer onwenselijke uitkomst zijn. In de integrale bekostiging is de positie van de verloskundige in de keten sterk. Deelnemers in de zorgketen moeten heldere verantwoordelijkheden en taken hebben. En we moeten het zo inrichten dat iedereen zeggenschap heeft over het functioneren van de keten." Integrale bekostiging brengt volgens Schippers juist de samenwerking tot uitdrukking die nodig is om goede zorg te verlenen.

Toch staat invoering voor de deur

"Ik zou natuurlijk integrale bekostiging in de sector op hetzelfde moment en in een keer landelijk kunnen invoeren. Dat doe ik niet. Integrale bekostiging stimuleert de onderlinge samenwerking en het verschuiven van taken alleen als de betrokken zorgverleners een goeie, uitgebalanceerde positie in die keten hebben. Is er ergens geen goede samenwerking, dan komt daar geen integrale bekostiging. Dat zou anders alleen maar ellende opleveren."

1 januari 2017 en 2018 zijn dus van tafel?

"Dat is nooit bij mij het idee geweest. Ook ga ik geen regio's aanwijzen: jullie moeten beginnen met invoeren van bekostiging. Als er op 1 januari 2017 bijvoorbeeld twee samenwerkingsverbanden willen starten met integrale bekostiging omdat de samenwerking goed loopt, dan moeten ze dat ook echt doen. Dan kijken we hoe het daar loopt. Maar zien partijen in een regio invoering nu niet zitten of is de samenwerking nog niet op orde, dan gaan we dat daar nog niet doen. Belangrijk is wat partijen zelf willen"

Edith Schippers ziet dat de sector hard werkt aan verbetering van de geboortezorg. Zo is de laatste jaren veel bereikt als het gaat om perinatale sterfte. De sterftecijfers gaan inmiddels fors omlaag. De afgelopen vijftien jaar al 34 procent afgenomen: van 11,9 sterfgevallen op elke duizend baby's (na ten minste 22 weken zwangerschap) in 2000, naar 7,4 op de duizend in 2014.

Er is geen gedeelde toekomstvisie

Bent u tevreden over de bereikte resultaten?

"Even terug in de tijd: in vergelijking met andere landen deed ons land het behoorlijk slecht. Voordat ik minister werd had mijn voorganger (Ab Klink, nvh) besloten iets te doen aan de perinatale sterftecijfers. Er kwam een stuurgroep, het CPZ ging van start. Alles met een groot doel: de babysterfte naar beneden brengen. Kijk ik naar de recente cijfers, dan zie ik dat de afname in het buitenland sterker is. Nederland zat in het staartje, we zitten nu in de middenmoot, maar het kan en moet nog beter. Ik merk dat iedereen in de geboortezorg begaan is met dit onderwerp. Het is ook een gruwelijke ervaring als dit je overkomt. We moeten met elkaar blijven knokken om de babysterfte nog verder terug te dringen."

Met welk percentage bent u tevreden?

"Alles wat vermijdbaar is moeten we vermijden. Natuurlijk een percentage van nul, maar de wereld is niet maakbaar. Ik wil een forse vermindering zien. Kijk ook goed naar het buitenland: wat kunnen we daar leren zonder dat we onze eigen karakteristieke geboortezorg verliezen."

Gaat de verandering in de geboortezorg die cijfers ook verlagen?

"De stuurgroep en het CPZ hebben onderzoek gedaan en adviezen gegeven over het verlagen van het sterftecijfer. De sector werkt aan de uitvoering. Twee zaken zijn van belang: samenwerking en een gedeelde visie over de toekomst van de geboortezorg. Er moet nog consensus komen over waar het heen moet met de geboortezorg."

Die consensus ontbreekt op dit moment?

"Uit de onrust in de sector lees ik af dat er geen gedeelde toekomstvisie is. De geboortezorg hoeven we niet in heel Nederland op dezelfde manier te organiseren. De zorg in Zeeland is nu eenmaal anders geregeld dan in hartje Amsterdam. Maar er moet wel een gezamenlijke visie zijn. Een visie met aandacht voor preventie. Leefstijl van de zwangere is zo belangrijk. We moeten de stap zetten naar veel meer aandacht voor de cliënt in de periode voor en van de zwangerschap. Die gezamenlijke visie is er nu niet. Ondanks de adviezen van de stuurgroep, ondanks het bestaan van het CPZ, is er nog steeds heel veel onrust in het veld. Ik wil dat de sector met gemeenschappelijke doelen werkt aan het verbeteren van de geboortezorg: hoe kan het beter en efficiënter? En hoe kunnen we de medicalisering tegengaan, want laten we eerlijk zijn, daar zit natuurlijk niemand op te wachten."

Heeft de verloskundige een rol in de preventie?

"Ja, uiteraard! En geen kleine rol! De verloskundige is de partner van de zwangere in het proces. De verloskundige kan invloed uitoefenen op de vrouw die bij jou in je praktijk komt: er ontstaat een band tussen zwangere en verloskundige in een traject dat de twee samen doorlopen. Door meer aandacht te besteden aan leefstijl voorkomt de verloskundige dat in een later stadium de vrouw complicaties krijgt en naar het ziekenhuis moet."

Is de geboortezorg in uw ogen een medische of een fysiologische zaak?

"Je hoopt natuurlijk dat een zwangerschap niet medisch hoeft te worden. De verloskundige is overigens in mijn ogen een medische zorgverlener. Ze is medisch opgeleid en heeft verstand van zaken. De verloskundige heeft ook steeds meer taken gekregen die ze naar tevredenheid vervult. Denk aan screening van de zwangere, het maken van een echo. De verloskundige moet alleen 'opschalen' naar de specialist en de tweede lijn als het echt moet. Er moeten geen zorgverleners zijn die gaan medicaliseren terwijl dat helemaal niet nodig is.

De verloskundige is ervoor opgeleid om vast te stellen dat er iets niet goed gaat

Doet de verloskundige altijd de risicoselectie?

"De verloskundige is opgeleid om vast te stellen dat er iets niet goed gaat met de zwangere en moet kunnen beoordelen of de zwangere naar de gynaecoloog moet. Wanneer je precies doorverwijst en hoe je dat organiseert, daar moet je in de zorgketen gezamenlijk afspraken over maken. Ook hoe de verloskundige na doorverwijzingen naar het ziekenhuis op de hoogte blijft wat er met haar zwangere gebeurt. En dat ze de zwangere terugneemt als dat mogelijk is. Opschalen als het moet, afschalen als het kan."

Hoe gaat die samenwerking werken met die grote ziekenhuizen en machtige gynaecologen?

"We moeten echt af van het idee dat met de invoering van integrale bekostiging er nog maar een baas is, die in het ziekenhuis werkt, met de titel gynaecoloog. Dat model zie ik niet voor me. In geboortecentra is de verloskundige primair in charge. Die maakt de afweging of een zwangere thuis kan bevallen of in het geboortecentrum. Als de verloskundige afspreekt dat deze zwangere prima in het geboortecentrum kan bevallen en niet naar het ziekenhuis hoeft, dan is dat goede geboortezorg. De verloskundige 'doet' in dat geval ook de gehele bevalling."

Ondertussen worden gynaecoloog en verloskundigen het zelfs niet eens over een zorgstandaard.

"Ik vind het echt heel erg dat zorgprofessionals het zover laten komen. Iedere zorgverlener moet vanuit zijn of haar professionaliteit naar de zwangere kijken. Maar dan moeten ze het wel eens worden over een zorgstandaard. Ik heb geen invloed op dit proces. Het is ongelooflijk jammer als het Kwaliteitsinstituut zijn doorzettingsmacht moet gaan gebruiken."

Wat gaat u nu concreet aan de onrust in de sector doen?

"Ik nodig alle partijen in de geboortezorg uit om met mij aan tafel te gaan. Naast verloskundigen ook gynaecologen en het CPZ met als doel consensus over de geboortezorg. Binnenkort gaan de uitnodigingen voor dit rondetafelgesprek de deur uit. Dat gesprek wil ik voor de zomer voeren. Ik doe een oproep aan iedereen om de handen ineen te slaan. En niet tegenover elkaar maar naast elkaar te staan. We moeten uit de polarisatiestand komen en ik hoop dat ik daaraan kan bijdragen."

Mijn verloskundige

"Ik heb een hele fijne ervaring met mijn verloskundige! Zij heeft mij tijdens de gehele zwangerschap begeleid. Zeker voor een vrouw die de eerste keer zwanger is, is professionele begeleiding heel belangrijk. Dat kan de verloskundige goed. Uiteindelijk ben zelf ik in de tweede lijn beland omdat de bevalling toch anders is verlopen dan ik en mijn verloskundige hadden gehoopt. Dan is goede samenwerking en een vloeiende overdracht belangrijk. En dat de verloskundige uit de eerste lijn ook in het ziekenhuis aanwezig is. Dat het anders loopt dan gehoopt kan gebeuren, maar juist dan is het enorm belangrijk dat de keten goed werkt."

Keuzevrijheid

"Moeder en verloskundigen moeten samen de mogelijkheden bespreken over zoiets moois als een geboorte. Wil ik thuis bevallen, in een bad of in het geboortecentrum? Dergelijke keuzes kunnen maken moet leidend zijn in de geboortezorg. Per regio zijn de mogelijkheden echter verschillend. Soms is het lastig om thuis te bevallen. Is er in jouw buurt een geboortehuis dat je aanspreekt, dan is het fijn als je die keuze hebt. Met medische nood moet je naar het ziekenhuis. Dan heb je helaas weinig te kiezen. Alle ziekenhuizen die acute verloskunde aanbieden moeten dat 24 uur per dag, 7 dagen in de week kunnen leveren. Want is een zwangere in nood dan moet ze op ieder tijdstip naar een ziekenhuis kunnen."