Huiselijk geweld: verloskundige krijgt berisping

Auteur
Mr. dr. Rachèl van Hellemondt
Editie
2016; 02
Categorie
Casuistiek
Download pdf
Print artikel
In december 2015 behandelde het Regionaal Tuchtcollege in Groningen een klacht van een zwangere over het omgaan met het vermoeden op huiselijk geweld door de verloskundige. De verloskundige kreeg een berisping. Mr. dr. Rachèl Hellemondt bespreekt de uitspraak.

De casus

De ex-vriendin van de echtgenoot van de cliënte maakt zich ernstige zorgen over de veiligheid van de cliënte (de klaagster). Zij deelt haar zorgen met haar werkgever die toevallig bevriend is met de verloskundige van de cliënte (verweerster). Deze verloskundige heeft enkele jaren geleden ook de zwangerschap van de ex-vriendin begeleid. De ex-vriendin en de echtgenoot van de cliënte hadden toentertijd serieuze relatieproblemen waarbij sprake was van (vermeend) huiselijk geweld tijdens de zwangerschap.

Tijdens het vierde consult confronteert de verloskundige de cliënte met de belastende informatie over haar echtgenoot. Direct daarna belt de echtgenoot de verloskundige. Hij wil diezelfde dag een gesprek. Dit is niet mogelijk. Tijdens het gesprek komt aan de orde dat de cliënte sinds het laatste consult kampt met buikklachten. Er vindt aan het eind van de dag wel een gesprek plaats met de echtgenoot en mede-praktijkhouder van de verloskundige over het gewraakte consult. Daarna wordt de cliënte aangeboden een echo te maken. De cliënte slaat dit aanbod af vanwege de verstoorde verhouding. Zij wil naar een andere praktijk.

De uitspraak

De cliënte dient een klacht in bij het tuchtcollege. Ze verwijt de verloskundige dat deze haar beroepsgeheim heeft geschonden door 1) informatie van haar te delen met derden en door 2) met de cliënte informatie te delen over derden die de verloskundige heeft gekregen tijdens de uitoefening van haar beroep.

Ook verwijt ze de verloskundige dat zij nalatig is geweest door 3) niet op de juiste wijze het gesprek te voeren over huiselijk geweld en door 4) niet de juiste zorg te verlenen met betrekking tot de buikpijnklachten.

Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. De klacht over het schenden van het beroepsgeheim onder punt 1 wordt afgewezen. De klacht over het schenden van het beroepsgeheim van derden, punt 2, 'treft doel'. De klacht over de wijze van gespreksvoering wordt gegrond verklaard. Nalatigheid kan de verloskundige niet worden verweten. Deze klacht wordt afgewezen. Aan de verloskundige is een berisping opgelegd.

Bespreking

Kan de klacht met betrekking tot onderdeel 1 wel behandeld worden door het Regionaal Tuchtcollege? Het college kan op basis van de wet alleen klachten in behandeling nemen van rechtstreeks belanghebbenden, de eventuele opdrachtgever en/ of werkgever (bestuur van een instelling) van de verloskundige en de Inspectie voor de Gezondheidzorg (IGZ). Ook dient het handelen waarover wordt geklaagd te vallen onder de twee in de wet genoemde tuchtnormen. Jammer dat het college niet uitlegt waarom het college de cliënte aanmerkt als rechtstreeks belanghebbende ten aanzien van klachtonderdeel 1. Het gaat hier immers om het recht op geheim van een ander. Het college lijkt het handelen van de verloskundige op dit klachtonderdeel te toetsen aan de tweede tuchtnorm. De eerste tuchtnorm gaat over het tekortschieten in de zorgverlening aan de cliënte en haar naasten. De tweede tuchtnorm betreft gedragingen die niet onder de eerst tuchtnorm vallen, maar wel in strijd zijn met het algemeen belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg.

Het college oordeelt dat het gedrag van de verloskundige de individuele gezondheidszorg betreft en dat dit gedrag zodanige gevolgen heeft gehad voor de cliënte dat zij moet worden beschouwd als rechtstreeks belanghebbende.

Vervolgens toetst het college de schending van het beroepsgeheim door te bepalen of er sprake is van een conflict van plichten. Dit doet zij overigens zonder verwijzing naar de KNOV-meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld [1]. De verloskundige mocht volgens het college het onderwerp huiselijk geweld met de cliënte bespreken. Dat lag volgens het college gezien de omstandigheden ook voor de hand. Maar daarbij had ze niet mogen verwijzen naar gebeurtenissen of feiten over derden uit het verleden. Opmerkelijk is de zinsnede dat verloskundigen standaard aan iedere zwangere vragen of er sprake is van huiselijk geweld. Dat laatste durf ik te betwijfelen evenals de zinvolheid daarvan.

Lees de volledige uitspraak op: http://tuchtrecht.overheid.nl/