Zwanger na een fertiliteittraject

Auteurs
Catja Warmelink, Wietske Adema, Annelies Pranger en Paul de Cock
Editie
2016; 03
Categorie
Wetenschap
Print artikel
Vrouwen die na een fertiliteittraject zwanger worden, willen het gevoel hebben dat ze nu een 'gewone' zwangerschap hebben. Maar ook is er behoefte aan meer zorg en aandacht. Dat kan een lastige balans zijn voor eerstelijns verloskundigen. Het helpt als verloskundigen beter realiseren dat zwanger worden niet altijd vanzelf gaat en een actievere rol aan nemen in het begeleiden en 'empoweren' van vrouwen en hun partners.

Dat blijkt uit een kwalitatieve studie van Catja Warmelink, Wietske Adema, Annelies Pranger en Paul de Cock. Het onderzoek is inmiddels in een internationaal wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd*.

Het percentage kinderen geboren na een vruchtbaarheidsbehandeling is in Nederland gestegen van 1,3% in 1996 naar 4,3% in 2013 [2,3]. Een zwangerschap na een vruchtbaarheidsbehandeling wordt volgens de Verloskundige Indicatie Lijst [4] als een fysiologische zwangerschap gezien. Subfertiele cliënten hebben meestal al een zorgtraject in de tweede lijn achter de rug, voordat ze bij de eerstelijns verloskundige komen. Het lijkt dan ook belangrijk dat de verloskundige rekening houdt met het voortraject, de fysieke en psychosociale beleving van deze cliënten en hun behoefte aan verloskundige zorg.

Er is echter weinig onderzoek gedaan naar de ervaring van deze 'eindelijk zwangeren'. En er is geen onderzoek gedaan naar de zorg door eerstelijns verloskundigen aan deze doelgroep.

Het doel van dit kwalitatieve onderzoek was het verkennen van de ervaringen en zorgbehoeften van zwangere vrouwen en hun partners na een vruchtbaarheidsbehandeling.

In 2011 interviewden de onderzoekers twee paren en zeven vrouwen met een zwangerschap ontstaan na een fertiliteitbehandeling. De geïnterviewden kwamen uit verschillende delen van het land en waren geworven via patiëntenvereniging Freya. De gemiddelde leeftijd van de vrouwen was 34,1 jaar en van de mannen 33,5 jaar. Het duurde gemiddeld meer dan twee jaar om zwanger te worden. De oorzaak van de subfertiliteit lag bij de vrouw (2x), de man (4x), bij allebei (1x) of de oorzaak was onbekend (2x). Er zijn verschillende vruchtbaarheidsbehandelingen gebruikt: Intra-uteriene inseminatie (IUI) , In-vitrofertilisatie (IVF), Intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI) en donorinseminatie.

Paradoxale zorgbehoefte

De vier thema's in de resultaten van het onderzoek laten een paradoxale zorgbehoefte zien. De vrouwen en hun partners geven aan normaal zwanger te willen zijn, maar hebben ook behoefte aan begrip voor hun voortraject, meer aandacht voor psychosociale begeleiding en meer zorg, vooral controles en echo's ter bevestiging van de zwangerschap. Citaten van de geïnterviewden illustreren de resultaten. De namen van de geïnterviewden zijn gefingeerd.

Paradoxaal: Niet normaal/wel normaal

Helen: "Ik ben nu normaal zwanger…. ik wilde eigenlijk wel heel graag uit het ziekenhuis. Ik wilde gewoon naar het normale, gewoon door een verloskundige begeleid worden." "En toch is het voor mij niet een normale zwangerschap… kijk, weet je, iedere vrouw die zwanger wordt op een natuurlijke manier gaat er waarschijnlijk van uit dat ze nog minimaal nog een kind krijgt of, denkt in ieder geval niet na, dit is mijn enige keer."

Bertha: '..je associeert het [ziekenhuis] met drama en veel spanning en verdriet. Naar de verloskundige is als een soort verse start zonder al die ballast en dan mag je alleen maar gewoon zwanger zijn''.

Begrip voor impact van voortraject

Anna: "ICSI, nou daar hebben we het dus nooit over gehad. Daar heeft ze nooit echt naar gevraagd van goh, is er iets gebeurd, of hoe is het gegaan en misschien komt het wel voort uit dat ze niet zo goed weet hoe dat allemaal gaat."

  • Bjorn: "Het was een van de meest intense periode voor ons…en, eh, je kunt niet veel doen als man, maar je kunt het wel samen doen."

Psychosociale begeleiding

  • Ivonne: "….het hele voortraject heel spannend… en dat ik daar toch gewoon heel even over wou praten. Dat het dan toch gewoon heel spannend blijft de zwangerschap. En dat je je gewoon even begrepen voelt. Gewoon begrip tonen ja dat vind ik eigenlijk wel het belangrijkste."
  • Fay: "..Er moet ons geleerd worden om te vertrouwen…zorg als verloskundige dat je in ieder geval iets van laagdrempeligheid uitstraalt."

Zorgbehoefte

  • Erica: "..Nou, ik snap ook niet hoe mensen in hemelsnaam zes weken kunnen wachten, terwijl je niks voelt, ja, behalve dat overgeven dan. Niet bewegen of een hartje hoort of wat dan ook. Dan had ik toch wel weer even die bevestiging nodig en dat kon allemaal gewoon."
  • Gwen "..fijn, ..ik mocht bij mijn verloskundige ook wat vaker komen als ik dat wilde, of dat vroeg ze: nou wanneer wil je weer komen…. En dan wou ik ook niet de deur bij haar plat lopen ….wel fijn, ja dat je dan even weer werd nagekeken".

Auteurs

Mw. drs. Catja Warmelink, seniordocent Verloskunde Academie Groningen en promovendus Vakgroep Midwifery Science, AVAG en EMGO, VUmc; mw. Wietske Adema (BSc, RM) en mw. Annelies Pranger (BSc, RM) verloskundigen eerste lijn; dhr. dr. Paul de Cock senioronderzoeker Vakgroep Midwifery Science, AVAG en EMGO, VUmc en docent VAG.

Correspondentie: catja.warmelink@inholland.nl

*Het oorspronkelijke artikel "Client perspectives of midwifery care in the transition from subfertility to parenthood – a qualitative study" [1] is in zijn geheel te lezen op www.tandfonline.com.

Vaker en meer

Wat laten de uitkomsten van het onderzoek zien? De geïnterviewde vrouwen gaven aan vaker naar de verloskundige te willen om het hartje te horen. De tijd tussen de afspraken in het begin van de zwangerschap, zoals aanbevolen door de KNOV [5], kan dus ontoereikend zijn voor deze groep [6]. Dat kan echter ook de wens zijn van vrouwen die 'normaal' zwanger zijn geworden. De wens naar meer proactieve, psychosociale ondersteuning wordt ook bij andere zwangeren gesignaleerd [7].

Enerzijds is de overgang naar het moederschap een belangrijke levensgebeurtenis voor alle nieuwe moeders [8]. Anderzijds blijkt uit onderzoek dat een zwangerschap na een subfertiele periode psychologisch en medisch niet altijd een normale zwangerschap is. Vrouwen die door IVF zwanger werden, waren angstiger dan degenen die 'normaal' zwanger werden [6,9-11]. Studies laten complicaties zien, zoals verhoogd risico van vroegtijdige geboorte en laag geboortegewicht [12-17], waardoor de zorgen van onze geïnterviewden niet irrealistisch lijken.

Om meer aandacht en beter zorg te bieden voor deze groep cliënten, zouden verloskundigen [6,10,18] zich meer bewust kunnen zijn van het feit dat zwanger worden niet altijd 'vanzelf' gaat en moeten zij aandacht besteden aan de overgang van subfertiliteit naar ouderschap.

Tips voor de praktijk

Wat kunnen verloskundigen in de praktijk al wel doen? Volgens de geïnterviewden is het volgende belangrijk:

  • Besteed expliciet aandacht (ook bij de partner) aan het voortraject door te vragen naar de medische voorgeschiedenis en te werken aan gevoel van vertrouwen;
  • Vraag naar de zorgbehoefte;
  • Bied de gelegenheid om vaker op consult te komen;
  • Wees beschikbaar: geef de cliënt ruimte om laagdrempelig te bellen;
  • Wees zelf actief: kom een aantal keer terug op de gevoelens rondom het voortraject en het komend ouderschap;
  • Neem de tijd voor deze doelgroep.