De rijdende trein

Auteur
Mira Westland
Editie
2016; 04
Categorie
Opinie
Download pdf
Print artikel
De rijdende trein
Toen ik 41 weken zwanger was, kreeg ik het advies om alvast een afspraak in het ziekenhuis te maken. Ook al voelde ik me fantastisch, aan gevoel van leven was absoluut geen gebrek en de verloskundige controles waren altijd goed geweest, onderzoek wees uit dat het risico met de dag toenam. Daarop was beleid gemaakt en dus was het verstandig om alvast naar het ziekenhuis te gaan.

De afspraak zelf was facultatief, maar als mijn baby niet binnen een week werd geboren, was de kans twee keer zo groot dat hij in mijn buik zou komen te overlijden. Ik 'koos' ervoor om een afspraak in het ziekenhuis te maken.

Na de afspraak in het ziekenhuis, groeide mijn angst om de controle volledig te verliezen. Deze angst maakte ons, mijn man en ik, van kritische denkers, ineens volgers van de autoriteit. In dit geval gehuld in witte jas. We zaten samen in een rijdende trein op een route die wij niet hadden uitgekozen, maar nu uitstappen zou onverstandig zijn.

Natuurlijk kwam onze zoon niet vanzelf. De omstandigheden waren er niet naar. De vrijwillige afspraak eindigde, via gedwongen inleiding, in een spoedkeizersnee. Ik voelde me onveilig, verloor mijn autonomie volledig. Nam dat mijn man kwalijk en onze samenwerking liep een enorme deuk op.

Achteraf denken we: waren we maar uit de trein gestapt toen het nog kon.

Toen maakte de minister het mogelijk om geboortezorg alvast integraal te bekostigen. Integrale samenwerking dito bekostiging zelf was facultatief, maar de minister behield zich het recht voor integrale samenwerking via de zorginspectie af te dwingen en zij sloot een koppeling aan het BIG-register in de toekomst niet uit.

Ook al behoorde de verloskundige zorg tot de beste van de wereld, was de klanttevredenheid relatief hoog en het aantal medische ingrepen relatief laag, onderzoek wees uit dat betere samenwerking leidt tot betere kwaliteit. Daarop was beleid gemaakt en dus was het verstandig om alvast samenwerkingsverbanden op te richten. De meeste zorgverleners kozen ervoor om zich bij een VSV aan te sluiten.

Als cliënt begrijp ik die 'keuze'. Partijen zitten in de rijdende trein. Die trein gaat via de stations: samenwerkingsverband, integrale bekostiging, naar het eindpunt 'cliënt centraal'.

Nu uitstappen zou onverstandig zijn.

Steeds vaker houden zorgverleners, omwille van de goede verhoudingen binnen het VSV, hun mond als ze zouden willen spreken. Niet voor het eerst hoorde ik een verloskundige zeggen: "Als ik op zo'n moment geen knip zet, kan ik dat niet verantwoorden aan mijn collega's."

Het nalaten van een interventie moet worden verdedigd, terwijl het juist de interventie is, die moet worden verantwoord. Aan de vrouw die bij het desbetreffende perineum hoort om precies te zijn, niet aan de collega's.

Gaat de samenwerking zo niet ten koste van de autonomie van de cliënt, het welzijn van de vrouwen en daarmee, het succesvolle verloop van een van de meest ingrijpende handelingen in een mensenleven?

De minister is tevreden. Ze heeft beroepsgroepen nader tot elkaar weten te brengen. Professionals zien dankzij haar beleid het belang van continue kwaliteitsverbetering en zij maakt zich klaar voor haar volgende station.

Maar laten wij onderweg allemaal wel goed naar buiten blijven kijken om te zien of we nog wel op het juíste spoor zitten.

Mira Westland is moeder en voorzitter van Stichting Geboortebeweging