Geri Bonhof, nieuwe voorzitter CPZ: ‘Zwangere moet kunnen kiezen’

Auteur
Niels van Haarlem
Editie
2016; 05
Categorie
Overig
Download pdf
Print artikel
Geri Bonhof, nieuwe voorzitter CPZ: ‘Zwangere moet kunnen kiezen’
Geri Bonhof moet als nieuwe voorzitter van het College Perinatale Zorg (CPZ) de samenwerking binnen de geboortezorg vlot trekken. Een kolfje naar de hand van de ervaren verbinder die voorstander is van keuzevrijheid van de vrouw. "Iedereen wil antwoord op de vraag: wie doet de risicoselectie? Verwacht niet dat ik daar nu al een uitspraak over doe."

Ze komt binnen op het juiste moment. Net na de clash tussen de KNOV en het CPZ. Haar voorganger Chiel Bos schoffeerde in de media de verloskundigen en verliet het pand. De zorgstandaard werd af geserveerd. De KNOV restte niets anders dan opzeggen van het vertrouwen in het college. De minister van VWS, Edith Schippers, riep de geboortesector op het matje: kunnen we weer even normaal doen?

En toen werd bekend dat Geri Bonhof de nieuwe eerste vrouw van het CPZ wordt. Op papier lijkt ze de juiste vrouw op de juiste plek. Als bestuursvoorzitter van de Hogeschool Utrecht, voormalig vicevoorzitter van de Vereniging Hogescholen en lid van de Onderwijsraad brengt ze partijen met verschillende belangen bij elkaar. Iemand met een groot sociaal hart en oog voor de mensen die het minder hebben. Zo is de voormalig docent gymnastiek niet alleen supporter van de voetbalclub FC Utrecht maar zorgt ze er ook voor dat voetballers regelmatig de wijk in gaan voor sociale projecten.

Ooit was ze de vrouw met de meeste invloed in het onderwijs, op 1 oktober is ze begonnen als voorzitter van het college, aangesteld voor een periode van drie jaar.

In haar eerste week gaat ze direct op bezoek bij de KNOV en de NVOG. Kennismaken en luisteren wat er allemaal speelt. En schuift ze aan voor haar eerste interview. Met het Tijdschrift voor Verloskundigen.

Waarom heeft u ‘ja’ gezegd tegen deze opdracht?

"Na twaalf jaar bestuursvoorzitter van een hogeschool was het genoeg. Met 62 jaar wil ik minder intensief werken. Ik wilde iets betekenen in de gezondheidszorg. En toen kwam dit op mijn pad. De opdracht van de minister van VWS is om de verschillende partijen in de geboortezorg tot samenwerking te brengen. Beter samenwerken. Ik ben een verbinder. Dat is hier nodig. Het CPZ kan alleen resultaten halen als op landelijke niveau de samenwerking tussen de brancheorganisaties beter gaat en het veld in de praktijk goed samenwerkt. Aan dat proces kan ik een bijdrage leveren. Ook omdat ik er fris instap."

Niet geschrokken van alle commotie?

"Ik heb van een afstand de artikelen in de media gelezen over de perikelen in de geboortezorg. Na 15 jaar hoger onderwijs met commotie over bekostiging en de kwaliteit van de opleiding schrik ik daar niet van. Mijn huidige beeld van de geboortezorg is die van krantenlezer. Het lijkt me niet verstandig om met dat beeld naar de geboortezorg te kijken."

Hoe gaat u de verbinding leggen in het wespennest van de geboortezorg?

"Wespennest? Dat is niet mijn term. Ik stap er heel open in, begin met een rondje langs de velden en luister naar wat de grootse concerns zijn. Bij de bestuursvergadering zorg ik dat iedereen aan het woord komt, dat er naar elkaar wordt geluisterd en er constructief gewerkt wordt aan oplossingen. Dat is de juiste grondhouding. De eerste twee maanden spreek ik met brancheorganisaties en andere stakeholders. En natuurlijk ga ik ook de praktijk van de eerste lijn en het ziekenhuis in."

Ondertussen ontbreekt het aan wederzijds respect in de sector.

"Dat gebrek aan respect herken ik uit andere sectoren. Ik was vicevoorzitter van de vereniging van hogescholen en er was ook een brancheorganisatie van universiteiten. Tussen deze clubs bestond geen wantrouwen, maar er was wel regelmatig sprake van wrijving. Geen handige positie naar het ministerie en naar de Tweede Kamer. Inmiddels werken de twee partijen weer goed samen. In dat proces van verbinden zijn de boegbeelden uit de sector heel belangrijk. Een wisseling van de wacht met nieuwe voorzitters (De KNOV heeft een nieuwe voorzitter, de NVOG binnenkort ook. red) kan het proces van verbinden faciliteren. Maar een voorzitter van een vereniging heeft ook te maken met conflicterende belangen uit de achterban. Zo werkt het nu eenmaal in een sector met professionals die zich hebben verenigd, maar ook concurrent van elkaar kunnen zijn. Daarnaast brengt een interventie zoals de minister heeft gedaan door de partijen aan tafel te brengen iets in beweging. Er ontstaat een gevoel van urgentie, iedereen schrikt wakker. Als ik mocht ervaren dat een interventie nodig is, dan bedenk ik wel iets."

Wat wilt u bereiken?

"De missie, visie en de activiteiten van het CPZ zijn helder: implementatie van de zorgstandaard, de preventie, bekostiging. En zorgen dat dit allemaal in de regio gaat draaien. Hands-on implementeren. Maar dan wel binnen de begroting. Nu het stof is neergedaald moet het CPZ proactief en snel kunnen werken. Niet onnodig veel tijd verdoen met dingen die niet productief zijn."

Grote veranderingen zullen we niet zien?

"Dat weet ik niet. Als ik tot de conclusie kom dat er iets snel moet veranderen dan zal ik ook actie ondernemen. Maar kijk ik naar het herstel van vertrouwen van de KNOV, lees ik het verslag van het laatste brancheoverleg en ik kijk naar het gezamenlijk vaststellen wat het CPZ precies gaat doen, dan zie ik nu geen enkele reden om in te grijpen."

Welke ervaring heeft u met de geboortezorg?

"Zelf heb ik geen kinderen, maar ben ik wel oma van vijf kleinkinderen. Mijn partner, die ik al 30 jaar ken, heeft namelijk twee kinderen. Alles rond de geboorte van die vijf kleinkinderen heb ik van nabij meegemaakt."

Wie doet dan de risicoselectie?

"Iedereen wil antwoord op de vraag: wie doet de risicoselectie! Verwacht van mij niet dat ik daar nu al een uitspraak over doe. We hebben het hier over preventie. Wil je dat zwangeren zelfstandig keuzes kunnen maken, dan moet je zorgen dat zwangeren goed geïnformeerd zijn en begeleid worden in het maken van die keuze. Om zwangeren met een achterstand te bereiken moet je aansluiten bij de bestaande structuren in de wijk. Hoe bereik je deze doelgroep? Dat verschil echter van wijk tot wijk. Preventie moet je ook niet van bovenaf en landelijk opleggen. Dat werkt niet. Keuzevrijheid is een leeg begrip als je geen toegang hebt tot de juiste informatie en de juiste begeleiding."

Verloskundigen zitten al in de wijk en de gynaecologen in het ziekenhuis. Hebben verloskundigen meer een rol bij preventie?

"Ja, misschien wel. Maar ik denk ook aan de kraamzorg of de buurtwerker. Preventie is beïnvloeden van gedrag en dat beïnvloeden moet ingebed zijn in bestaande structuren. Iets nieuws ernaast zetten gaat niet werken. En eenmaal zwanger moet op wijkniveau duidelijk zijn waar de zwangere als eerste terecht kan."

Dan is het toch logisch dat de verloskundige de risicoselectie doet?

"Ik heb het over het bereiken van mensen en over het geven van voorlichting, over informeren, over het maken van een keuze over de bevalling. Risicoselectie is een medische handeling. Ik ga mijn vingers nu niet branden aan het hete hangijzer genaamd risicoselectie. Dat zou heel inconsistent zijn bij mijn start als voorzitter van het CPZ."

Heeft u ook de opdracht om het percentage perinatale sterfte verder naar beneden te brengen?

"Dat is de opdracht aan het CPZ! Doel is de perinatale sterfte en de schade aan moeder en kind door suboptimale zorg verder terug te brengen. Anders hoeven we dit allemaal niet te doen. Er is sprake van betere zorguitkomst als er minder baby's sterven en er minder kinderen worden geboren met een slechte start. Dat is de uitkomst van goede zorg. En daarnaast het welbevinden van de moeder en het kind. Overigens, zolang we niet precies weten wat de oorzaak is van de perinatale cijfers moet je daar nu geen uitspraken over doen. Daarnaast zijn er geen harde getallen over morbiditeit. Trouwens, ik moet geen streefpercentage in mijn hoofd hebben. Dat verlagen van de cijfers moeten de zorgverleners zelf willen bereiken. Het veld moet dus een percentage noemen."

Hoe ziet u de geboortezorg eigenlijk?

"In het unieke zorgstelsel in Nederland kan de patiënt of de cliënt zelf keuzes maken. De zwangere vrouw moet dan ook zelf de plek van bevallen kunnen kiezen: thuis of in het ziekenhuis. Belangrijk is dat iedereen in de keten, kraamzorg, verloskundige, gynaecoloog en kinderarts zo met elkaar schakelen dat de keuze maximaal gefaciliteerd wordt. Risicoprofielen beperken echter de keuze van de vrouw. Daar zit een belangrijk punt: vrouwen in achterstandswijken, bijvoorbeeld van niet-Nederlandse afkomst en laaggeletterden moet je helpen bij het maken van de keuze waar te bevallen. Als je dat serieus neemt, moet je ook naast de zwangere gaan staan, maar dit geldt natuurlijk voor iedere zwangere vrouw en haar partner."

Wat heeft u aan het einde van uw eerste termijn over drie jaar bereikt?

"Dan zit er geen spanning meer in de samenwerking. Is er wederzijds respect en vertrouwen. Samen werken aan het verder naar beneden brengen van de perinatale sterfte en de morbiditeit. En het verbeteren van de tevredenheid van de vrouw en de omgeving."

(kader) Dit is het CPZ

In het College Perinatale Zorg (CPZ) komen vertegenwoordigers van alle veldpartijen uit de perinatale zorg samen. Het CPZ is in 2011 gestart naar aanleiding van het rapport 'Een Goed Begin' van de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte. Opdracht van het CPZ is verminderen van de babysterfte door betere samenwerking en betere communicatie tussen alle betrokken professionals onderling, maar ook met de zwangere en haar naasten. Deze zomer heeft de KNOV het vertrouwen opgezegd in het CPZ na uitlating van de toenmalige voorzitter. Inmiddels zit de KNOV weer aan tafel. Geri Bonhof is per 1 oktober aangesteld als nieuwe voorzitter. Op vrijdag 11 november organiseert het CPZ het jaarlijkse congres in Hilversum.

Niels van Haarlem is hoofdredacteur TvV