Column cliënt: Aan de andere kant

Auteur
Rachel Verweij
Editie
2016; 05
Categorie
Opinie
Download pdf
Print artikel
Onlangs stond ik voor een groep derdejaars verloskundigen in opleiding. Betrokken meiden. Om samen met Karuna van der Meij van het Athena Instituut te vertellen over cliëntenparticipatie in de geboortezorg. Na een leuke introductieoefening lichtte Karuna – zo rond haar tweede slide – aan de zeer geïnteresseerde dames het begrip 'informed choice' toe. Een van de meiden stelde toen De Vraag: "Maar… informed choice, dat ligt in de geboortezorg toch heel anders? Daar gaat het toch om moeder én kind, en ik ben toch verantwoordelijk voor beiden?" Andere studenten knikten.

Wat zouden ze toch hebben meegekregen van deze tamelijk actuele discussie, vroeg ik me af. Even stotterde ik, en koos voor het makkelijke antwoord, het juridische. Het korte antwoord ook: "Volgens de WGBO hebben jullie een behandelrelatie met de moeder, niet met de baby." Maar dat was ook een heel ongemakkelijk antwoord. Want is het dan fout dat zij zich zo betrokken voelen bij de baby? Nee, natuurlijk niet! Is het niet prachtig dat onze toekomstige verloskundigen zo begaan zijn met de baby's in onze buiken?

Aan het einde nog in tien minuutjes een poging tot discussie gedaan. Eigenlijk was het daar veel te heet voor: buiten dertig graden en binnen nog veel warmer. We praatten over ethiek, over goede communicatie en over verschillen in risicobeleving. Veel te weinig tijd natuurlijk. Deze column is trouwens ook veel te kort voor zo'n onderwerp.

Terug in de trein, op weg naar huis, denk ik aan alle vrouwen uit onze achterban die zich gestuurd en slecht geïnformeerd voelen, soms zelfs gedwongen tot een medische ingreep. Ik denk aan de gevolgen voor hun zelfvertrouwen, hoe ze er jaren later nog mee bezig zijn. Aan de moeders die zichzelf zó goed geïnformeerd hebben en toch niet gehoord worden. Ik denk aan vrouwen die de taal niet machtig zijn en maar moeilijk kunnen communiceren met hun zorgverlener. Aan alle zorgverleners met vreselijk goede bedoelingen. Ik denk aan verloskundigen in de 'prachtwijken', die alle moeite doen om verslaafde moeders of moeders met psychiatrische aandoeningen zo goed mogelijk te begeleiden. Maar ook aan gynaecologen die graag een juridisch instrument willen om een vrouw te dwingen tot een keizersnede.

Het lijkt wel nog warmer in de trein. Het zweet druppelt over mijn rug. Waar begin ik in vredesnaam?

En dan bedenk ik mij dat er maar één plek voor is mij om te beginnen: mijn plek als cliënte. Aan de andere kant van de tafel, aan de andere kant van de zorg. Hoe is het voor mij als mijn zorgverlener zegt: ik ben het niet met jou eens, wat ik wil doen is in het belang van de baby! Dat is heel gek. Dan pakt zij iets van mij af, iets waarop ik me juist aan het voorbereiden ben: mijn nieuwe rol als ouder.

Cliëntenparticipatie begint bij een goed gesprek. Een gesprek waarin we echte aandacht hebben voor elkaar. Waarin we luisteren naar elkaars wensen en angsten, ongehinderd door vooroordelen. Waarbij de uitkomst van dat gesprek niet al vooraf vastligt door de organisatie van de zorg, maar waarbij de behoeften van de individuele vrouw leidend zijn. Dat is immers de beste manier om een goede start voor moeder én baby te garanderen. Een goed gesprek gáát soms over ongemakkelijke dingen.

Rachel Verweij is moeder, voorzitter werkgroep cliëntenparticipatie Geboortebeweging en cliëntlid Midwifery Science