De waarde van een bevalplan

Auteur
Mr. dr. Rachèl van Hellemondt
Editie
2016; 05
Categorie
Casuistiek
Download pdf
Print artikel
In maart 2016 behandelde het Centraal Tuchtcollege een door het Regionaal Tuchtcollege in Groningen afgewezen klacht over het niet houden aan het afgesproken bevalplan door de arts-assistent. Het Centraal Tuchtcollege achtte de klacht ongegrond. Mr. Dr. Rachèl van Hellemondt bespreekt de uitspraak.

Het bevalplan

In het bevalplan legt de zwangere vast wat haar wensen (en die van haar partner) zijn betreffende de bevalling. Het is vooral bedoeld als communicatiemiddel. Het schept duidelijkheid over de wensen en verwachtingen van de zwangere ten aanzien van de begeleiding tijdens de bevalling. De verloskundige kan daar dan rekening mee houden.

Het bevalplan wordt tijdens de zwangerschap met de zwangere besproken. Dat stelt de zwangere in de gelegenheid haar wensen en verwachtingen rondom de bevalling eventueel bij te stellen en het stelt de verloskundige in staat om dingen (nader) uit te leggen. Het is belangrijk dat het bevalplan, en de afspraken die naar aanleiding daarvan zijn gemaakt, worden aangetekend in het (medisch) dossier. Ook is het belangrijk dat de zwangere het plan actueel houdt.

De afspraken tussen de zwangere en de verloskundige over het bevalplan zijn onderdeel van de behandelingsovereenkomst. Deze zijn bindend voor de partijen die de overeenkomst met elkaar zijn aangegaan. Dat kan een natuurlijk persoon zijn – een individuele verloskundige – maar ook een rechtspersoon – de verloskundige praktijk. Dit betekent dat bij een overdracht van de zorg naar bijvoorbeeld de gynaecoloog het bevalplan opnieuw moet worden besproken.

De casus

Een bevalplan geeft ook weer waar de zwangere wel en geen toestemming voor geeft. Deze grenzen dienen te worden gerespecteerd. In uitzonderlijke gevallen mag of moet daar soms van worden afgeweken, bijvoorbeeld in het geval van medische noodzaak. Dit was aan de orde in de volgende uitspraak van het Centraal Tuchtcollege van de Gezondheidszorg (RTG) van 21 juni 2016: Klaagster heeft haar bevallingswensen opgeschreven in een bevalplan. Dit bespreekt ze vóór de bevalling met haar verloskundige. Klaagster wordt vervolgens verwezen naar de gynaecoloog vanwege serotiniteit. Tijdens de polikliniekbezoeken voert ze meerdere gesprekken met verschillende gynaecologen over de inhoud van haar bevalplan. Naar aanleiding van deze gesprekken vinden enkele wijzigingen in het plan plaats, omdat de wensen van klaagster medisch onhaalbaar (zouden) zijn. Op 17 september 2015 verliest klaagster een (bloed)stolsel en wordt ze opgenomen in het ziekenhuis. Daar blijkt het bevalplan niet te zijn aangepast in het medisch dossier. Klaagster past daarop ter plekke het 'oude' plan aan. Vervolgens vindt er een gesprek plaats tussen klaagster en de dienstdoende arts-assistent. De arts-assistent gaat niet akkoord met een aantal wensen uit het bevalplan. Dit betreft onder andere het feit dat klaagster geen inwendig CTG wil. De arts-assistent en klaagster spreken met elkaar af onder welke omstandigheden tot interne registratie wordt overgegaan. Ook wordt besproken van welke punten in het bevalplan niet mag worden afgeweken. Dat zijn: Voorafgaand aan iedere handeling kort overleg, niet liggend persen, maar gehurkt of op een baarkruk, en een rustige omgeving. Klaagster wil zoveel mogelijk met rust worden gelaten. Klaagster bevalt die dag van een dochter. Enkele dagen na de bevalling dient klaagster een tuchtklacht in. De klacht betreft onder andere het verwijt dat de arts-assistent zonder medische noodzaak en goede communicatie hierover afweek van de voorkeurshouding.

De uitspraak

Het Centraal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het college is van oordeel dat er een medische noodzaak aanwezig was om af te wijken van het bevalplan. Het kind had 'slechte' cortonen en verkeerde in foetale nood. Het college merkt verder op dat klaagster: "Achteraf bezien onvoldoende was voorbereid op de verschillende scenario's tijdens de laatste fase van de uitdrijving. De verweerster heeft haar best gedaan zo goed mogelijk aan de wensen van de klaagster tegemoet te komen. Ze heeft klaagsters wensen besproken en aangegeven wat wel en niet kan en is tot overeenstemming gekomen. Daarbij was ook de uitdrukkelijke wens van klaagster zoveel mogelijk alleen gelaten te worden."

Misschien had het nu juist wel voor de hand gelegen om die laatste wens heel even te negeren om de verschillende scenario's te schetsen…

Volledige uitspraak

Volledige uitspraak: www.tuchtrecht.overheid.nl onder nummer C2015.320