Ruim baan voor de pioniers.

Auteur
Niels van Haarlem
Editie
2016; 06
Categorie
Overig
Download pdf
Print artikel
Ruim baan voor de pioniers.
Integrale bekostiging klopt aan de deur van de geboortezorg. Als het een beetje meezit stappen op 1 januari zeven regio's vrijwillig over op deze nieuwe vorm van financiering. Martin Groesz, projectleider van de Tasforce geboortezorg over waarom en hoe de geboortezorg met integrale zorg beter kan en moet presteren: ruim baan voor de experimenten in het land.

Zeven regio's in het land willen graag op 1 januari 2017 overstappen op integrale bekostiging van de geboortezorg. Twee regio's willen gebruik maken van de zogenaamde innovatieregel van de Nederlandse Zorgautoriteit om kleinschalig te experimenteren. De huidige bekostiging blijft gewoon in stand. Maar hoeveel er daadwerkelijk de stap wagen was lang onduidelijk. Integrale bekostiging is namelijk voor iedereen onbekend terrein.

Een expeditie met veel onduidelijkheden en obstakels, zo is integrale bekostiging wel te omschrijven. Begin november liepen de regio's nog tegen tal van barrières aan. Tegen fiscale problemen en de bestuurlijke structuur, tegen facturen en de hoogte van de btw. Obstakels die weg moeten willen VSV's op een verantwoorde manier overstappen naar integrale bekostiging.

Meer geld

En toen kwam er in november een flinke eindsprint. Inmiddels heeft de belastingdienst uitsluitsel gegeven over de btw en het zelfstandig ondernemerschap. Met waakhond ACM zijn afspraken gemaakt over de mededinging: wat mag wel en wat mag niet. Voor de administratieve organisatie inclusief facturering en ICT lijkt een oplossing voor alle regio's binnen handbereik. En voor het EPD ligt zelfs een generieke oplossing voor alle regio's in 2017 in het verschiet. Tot slot hebben Zorgverzekeraars Nederland, de club van zorgverzekeraars, en het ministerie van VWS de intentie uitgesproken meer geld beschikbaar te stellen voor deze regio's. Op welke wijze dat vorm krijgt, is nog onduidelijk.

Grote kans dat nu negen regio's overgaan op integrale geboortezorg met een nieuwe vorm van bekostiging. Met dank aan Martin Groesz, projectleider van de Taskforce Programma Transitie Geboortezorg, en zijn team. Dit is een tijdelijke organisatie die onder de vlag van het College Perinatale Zorg (CPZ) en met geld van het ministerie van VWS regio's ondersteunt in hun zoektocht naar samenwerking en bekostiging. Groesz geeft sinds medio 2016 leiding aan de Taskforce. Daarvoor heeft hij zo'n 1,7 miljoen en vijf adviseurs beschikbaar.

Waarom een taskforce? Zorgverleners vragen om zelf even een transitie te maken, het is onbegonnen werk, zo stelt Groesz als ervaren consultant en mededirecteur van dataverzamelaar Perined vast. Zorgverleners zijn professional in zorg en die moet je niet lastigvallen met vraagstukken over financiën, wet- en regelgeving en belasting.

Een Taskforce zou de juiste ondersteuning moeten bieden. Zeker nu de minister niemand verplicht om integrale bekostiging te omarmen, maar wel ruimte wil maken voor partijen die willen experimenteren.

Wat is precies uw opdracht?

"Wij faciliteren regio's die zich ontwikkelen naar integrale geboortezorg. Met als doel het verbeteren van de geboortezorg: betere ervaren kwaliteit, betere uitkomsten, tegen de laagst mogelijke kosten. Dat is een helder doel. Alle partijen zijn overtuigd dat we met betere samenwerking in de geboortezorg dit doel ook bereiken. De Taskforce moet nu regio's multidisciplinair of monodisciplinair helpen. Maar het is wel een ingewikkelde opdracht."

Wat maakt het ingewikkeld?

"Als organisatieadviseur heb ik lastige opdrachten uitgevoerd, deze is ingewikkeld. Dat heeft met een aantal zaken te maken. Allereerst vragen we aan zorgprofessionals om een nieuwe organisatiestructuur, zeg maar een nieuw bedrijf, te bouwen. Daarnaast heeft iedereen wel een mening over wat goede samenwerking is. Ook zijn de belangen van verloskundigen anders dan die van kraamzorg of gynaecoloog. Tot slot zijn die individuele belangen van de zorgverlener of de ambtenaar vaak net weer anders dan het belang van de verschillende beroepsorganisaties of van het ministerie. We moeten dus met een veelheid aan meningen en belangen rekening houden."

Dat klinkt bijna als een onmogelijke opdracht.

"Niet onmogelijk, want de pioniers die we ondersteunen tonen aan dat samenwerking goed mogelijk is. En alle partijen werken constructief samen om deze transitie tot een succes te maken. Natuurlijk, het zou helpen als de minister van VWS, zorgverzekeraars en beroepsorganisaties een gemeenschappelijke visie hebben op de geboortezorg. Die visie ontbreekt vooralsnog en we kunnen er ook niet op wachten. Dat er geen eenduidige visie is, is ook niet zo verwonderlijk: de experimenten zijn pas net begonnen en we hebben nog geen ervaring welke manier van samenwerking wel en welke niet werkt. Dat hangt onder meer af van de lokale omstandigheden. Een voorbeeld: welke organisatiestructuur is nu het beste? Een businessunit van het ziekenhuis, een BV, een VOF of een coöperatie? We weten het niet. De uitkomsten van de experimenten moeten laten zien wat wel of niet werkt onder welke omstandigheden: werkt het model in Amsterdam het beste of juist dat van Veldhoven of Bergen op Zoom, om maar een voorbeeld te geven. Gelukkig heeft de minister integrale bekostiging niet dwingend opgelegd, maar het veld ruimte gegeven voor experimenten. Die ruimte hebben we ook nodig."

Waarom moeten verloskundigen meedoen nu de dwang ontbreekt?

"Even terug naar waarom we dit doen: betere geboortezorg. Inmiddels laten de cijfers over perinatale sterfte een daling zien. Er is veel bereikt. Ook heeft iedere zorgverlener de intrinsieke drive om de beste zorg te leveren. De geboortezorg kan en moet echter nog beter. Er is te veel vermijdbare sterfte en vermijdbare morbiditeit. Ook is door verschil in beleid en wellicht persoonlijke voorkeuren van de zorgverlener de variatie in uitkomsten te groot tussen de VSV's. Dit is het moment om met elkaar te ontdekken en vast te stellen hoe de geboortezorg beter georganiseerd moet worden."

Ondertussen gaan verloskundigen en gynaecologen over tot de orde van de dag.

"Ik begrijp het als praktijken, kringen en VSV's met bovengemiddelde uitkomsten de neiging hebben om verder te gaan op de ingeslagen weg. Even afwachten en kijken wat de pioniers opleveren. Maar scoort jouw praktijk of VSV op onderdelen slechter dan je collega's, dan moet je aan de slag. Laat je vuurtje branden, wees nieuwsgierig, vergelijk jouw prestaties met collega's in het land en ga met die onderdelen aan de slag in de dagelijkse praktijk."

Emoties

"Een transitie doet pijn. Maar zorgt ook voor veel positieve energie en creativiteit: denk bijvoorbeeld aan oplossingen als een EPD waar we al jaren op wachten. Veranderen betekent geven en nemen. De juiste balans zoeken tussen het individuele belang en het belang van de sector. Belangrijk is elkaar te begrijpen, naar elkaar te luisteren. De geboortezorg is een beetje emotionele sector. Een zorgverlener vertelde mij eens: 'Wij zijn gewend om te schreeuwen, net als de barende. En daarna gaan we weer over tot de orde van de dag. Zo zitten we in elkaar.' Als we emotie kunnen verbinden aan cohesie, dan komen we een heel eind. Ik heb er vertrouwen in dat dat gaat lukken."

Zorgprofessional aan het stuur

Groesz heeft een doel voor ogen: over drie tot vijf jaar is de transitie in de geboortezorg een feit. "Dan leren de zorgverleners van elkaar, ja is het collectieve leervermogen van de sector tot wasdom gekomen. Zijn het niet 80 regio's die ieder voor zich een zorgpad, stappenplan, juridische documenten of spiegelgesprek ontwikkelen, maar is er een set van best practice programma's beschikbaar voor iedereen. Verloskundigen werken samen met gynaecologen, klinisch verloskundigen en kraamzorg. Met de patiënt centraal die tevreden is over de kwaliteit van zorg. De zorgprofessional zit dan steviger aan het stuur en neemt besluiten binnen het afgesproken kader. En ze werken met plezier. Ook aan de fysiologische zwangerschap en bevalling, het domein van de verloskundige, in de eerste en tweede lijn. Het integrale tarief en de integrale samenwerking betalen zich uit in betere uitkomsten. Er blijft behoefte aan zelfstandig ondernemerschap met toegevoegde waarde. Het aantal zelfstandige praktijken van verloskundigen, kraamzorg en gynaecologie zal in de toekomst mogelijk dalen, zo verwacht ik. Voor een solistische 'eenvrouwspraktijk' die weigert samen te werken in integrale zorg is dan geen plaats meer."

Kritiek op pioniers

Maar zover is het nog niet. Nu reist hij het hele land door om verloskundigen te informeren en te enthousiasmeren. Daarbij vertelt hij een eerlijk verhaal: ben je niet klaar voor het integraal tarief, dan moet je het niet doen.

In november merkte Groesz dat er kritiek kwam op de Taskforce en op de deelnemende regio's. Emoties namen toe en blokkeerden de voortgang. Een moeilijke periode, zo blikt hij terug. "De persoonlijke, beroepsinhoudelijke en maatschappelijke belangen in de sector staan soms haaks op elkaar. Er is emotie over welk mogelijk organisatiemodel het beste zou zijn, over initiatieven in het land die slecht zouden zijn voor de beroepsgroep. Zou de kritiek op de pioniers toenemen, zouden we vastzitten in de emotie, zou het vertrouwen weglekken, dan komen we geen stap verder. De Taskforce bestaat bij de gratie van de steun uit de sector. Gelukkig is er veel vertrouwen, in de sector en in de Taskforce. Dat blijkt ook: er is ruim baan voor de pioniers die hun nek uitsteken!"

Transitie kost 1 miljoen

De transitie van de geboortezorg kost geld. De Taskforce heeft voor dit jaar 1,7 miljoen euro. Hoeveel er voor volgend jaar beschikbaar is, is nog onbekend. Grofweg de helft gaat rechtstreeks naar de regio's voor de ontwikkeling van passende oplossingen. Alle ontwikkelde oplossingen, producten en diensten worden beschikbaar gesteld aan de sector. De 1,7 miljoen is echter onvoldoende, stelt Groesz. "Hulde voor de regio's die meedoen en uit eigen zak fors meebetalen. De overstap van deze regio's naar het integrale tarief kan wel 1 miljoen euro kosten. Door gebruik te maken van de door deze regio's ontwikkelde oplossingen kunnen deze kosten aanzienlijk worden verlaagd. Een regio met 2.500 bevallingen krijgt van de verzekeraar ongeveer 200.000 euro aan modulegelden. Regio's en zorgverzekeraars onderhandelen met elkaar over de overige kosten van de transitie en de financiering daarvan."

(kader) Dit doet de Taskforce

De Taskforce geboortezorg gaat niet integrale bekostiging invoeren. Dat bepalen de regio's zelf. Wel ondersteunt de Taskforce regio's bij het nemen van de juiste stappen op weg naar die nieuwe financiering. Door samen met regio's producten en diensten te ontwikkelen zoals een simulatiemodel, administratieve software of EPD. De opgedane kennis en ervaringen uit de regio's stelt de organisatie beschikbaar via de website www.transitiegeboortezorg.nl. Ook organiseert de Taskforce bijeenkomsten in het land, verbindt het partijen in het veld en lost het knelpunten op, bijvoorbeeld problemen met btw en mededinging.

(kader) Wie doet er mee?

De volgende regio's willen meedoen met integrale bekostiging: Helmond (zie TvV 5 van dit jaar), Amsterdam, Breda, Bergen op Zoom/Roosendaal, Dirksland (zie deze editie van TvV), Hoorn (zie TvV 1 van dit jaar), Veldhoven, Delft en Beverwijk.

Niels van Haarlem is hoofdredacteur TvV