Kerstmoment: The red nosed reindeer

Auteur
M. Oosterlee-van den Berg
Editie
2016; 06
Categorie
Overig
Download pdf
Print artikel
Het was mijn allereerste kerst als afgestudeerd verloskundige en ik had beide kerstdagen dienst. Het lot van een waarneemster misschien, maar ach, ik vond het wel leuk, als jonge vrijgezel had ik toch niet veel betere plannen. En zeg zelf, wat gaat er nou boven glimlachend terugkijken op een kerstfeest met drie mooie baringen, allemaal zelf begeleid en allemaal met hun eigen onvergetelijke kerstherinnering?!

Ergens in de loop van kerstochtend werd ik gebeld door een leuk jong stel, eerste kind op komst. Wanneer ze was uitgerekend en of ze nou wel of niet op een kerstkindje hadden gehoopt kan ik me niet meer herinneren, maar het was gewoon een feit: op deze 25e december waren de weeën begonnen. Ik ging kijken en trof ze samen op de bank aan, hij zittend, zij liggend, paniekerig bezig met pijn die haar toch wel wat overviel. Ik toucheerde een gunstige 3 cm met staande vliezen, observeerde prima weeën en de kinderlijke harttonen klopten ons vrolijk tegemoet. Alle ingrediënten voor een voorspoedige thuisbevalling waren aanwezig. Ik hielp een paar weeën met de ademhaling en dat pakte ze heel goed op, waarna ik adviseerde te gaan douchen, terwijl ik nog wat visites reed. Na de nodige stukken kerststol (ook niet vervelend, zo'n visiterondje op kerstochtend!) vervoegde ik mij weer in het appartement tweehoog, in de slaapkamer ditmaal. Moeders lag inmiddels op bed, nog natte haren van de douche en pufte dapper krachtige weeën weg. Ik toucheerde 6 cm en meldde de vordering enthousiast. "Hoezo goed opgeschoten? Grapjas, pás 6 cm, weet je hoeveel ik dan nog moet!" mopperde de barende, maar desondanks stortte ze zich vol goede moed op het laatste stuk ontsluiting. Of ik toen de vliezen heb gebroken of dat ze spontaan braken weet ik ook niet meer, in elk geval heb ik weinig aan interventies toegepast, want met de ondersteuning van haar opgewekte echtgenoot vloog ze door het proces heen. De kraamzorg kwam, de kruikjes werden gewarmd en niet veel later begonnen we aan de uitdrijving. Op bed lukte het persen niet goed, dus stelde ik de baarkruk voor. Daar zag ik al heel snel de haartjes van ons kerstkind opduiken. Na een keurige 45 min werd op de baarkruk een prachtig ventje geboren. Verrukt hielden de ouders hem vast en vol trots noemden ze zijn naam: RENS. De placenta kwam, ik zette een enkel hechtinkje, er werd gevoed en bewonderd, we ruimden op, zetten koffie; kortom, die heerlijk relaxte sfeer die er heerst wanneer alles achter de rug is en we door louter fysiologie worden omgeven. We deden de lichtjes van de kerstboom aan en kletsten wat na over hoe speciaal het was, een kerstkindje, en ach, de mogelijke nadelen die zagen ze later wel, nu was het gewoon allemaal leuk en bijzonder. En of hij nou geïnspireerd was door de naam van zijn zoon of door het kerstgebeuren op zich; toen zei de kersverse vader – type kinderlijk, lief maar moeilijk te peilen hoe snugger – ineens deze onvergetelijke zin: "We hadden hem eigenlijk Rudolph moeten noemen!"

M. Oosterlee-van den Berg, eerstelijns verloskundige