Cliëntencolumn: #genoeggepraat

Auteur
Mira Westland
Editie
2017; 01
Categorie
Opinie
Download pdf
Print artikel
Cliëntencolumn: #genoeggepraat
Het is precies drie jaar geleden, maar lijkt de dag van gisteren, mijn VBAC. Ogenschijnlijk kleine dingen die bepaalden hoe ik me voelde. Toen en nu nog, elk jaar rond de verjaardag van mijn zoon.De VBAC is geslaagd, verworden tot een positief verhaal en gedeeld om vrouwen te bekrachtigen. Om de geweldige zorgverleners te bedanken toen ze voor ons hun nek uitstaken na een slechte, zelfs traumatische, zorgervaring. En vooral om andere zorgverleners aan te moedigen om dat ook te doen. Maar het was niet alleen positief.

Er was strijd vooraf en tijdens de bevalling over onze 'enorme wensenlijst', oftewel het vooraf geaccordeerde geboorteplan. Er was een schedelelektrode die ik niet wilde, geplaatst tijdens de uitdrijving en de moeite die het koste om daarna van het dwarsbed te komen. Er was geen onwil, geen nood, maar macht der gewoonte. In mijn verhaal ontbreekt ook de angst tijdens het eindeloze wachten, omdat de kinderarts persé 'aan beide ouders moest vertellen' dat onze zoon gezond was.

Waarom alleen de zonnige kanten van het verhaal vertellen? Ik wilde mijn zorgverleners niet afvallen. Niet ondankbaar zijn en vooral niet opnieuw als een klager te boek gaan, met mijn twee gezonde kinderen. Vrouwen zijn nu eenmaal veel leuker als ze lachen. Er lijkt een stilzwijgende overeenkomst, een code onder moeders om het er vooral NIET over te hebben. Iedereen die de code breekt, krijgt de wind van voren. Zo bleek ook uit de reacties op de Facebook-actie #genoeggezwegen.

Konden die zeurpruimen niet ophouden met klagen? De code kreeg zelfs een eigen hashtag: #genoeggepraat.

Pijn hoort bij bevallen. Het is een geaccepteerd, of te accepteren. Gevolg van een kinderwens. We moeten andere vrouwen niet bang maken en bovendien: iedereen in de zorg doet enorm zijn best. En dat is allemaal waar. Maar doet die geveinsde positiviteit niet juist afbreuk aan die inzet van welwillende zorgverleners? Hoe kunnen zij hun klant centraal stellen als er niet gesproken mag worden over hoe zij hun zorg werkelijk heeft ervaren? En de vrouwen die nog 'moeten'? Hoe kunnen zij zich voorbereiden als ze geen idee hebben waarop?

Omdat ik wil dat er wordt gesproken over alle ervaringen, positief of niet, doorbrak ik vorige maand de code van het zwijgen. En ik ben trots dat ik niet de enige was. Trots, dat ook zorgverleners het aandurfden om te praten, op twitter op facebook, met of zonder eigen hashtag. In de krant of bij de koffieautomaat. Niet als schuldigen van een sociaal maatschappelijk probleem, maar als steun aan hen die beweren dat het probleem bestaat. En dat werkt. Onnodig inknippen is nieuws en daarover wordt gepraat. Een gynaecoloog wilde weten hoe het zat, rekende alle cijfers na. Hij schrok en begon een gesprek. Al die gesprekken maken een verschil.

Dat kleine steentje, door zeshonderd vrouwen en mannen in het water gegooid, veroorzaakt kleine rimpeltjes op het tot voorkort zo stille water. En die rimpeltjes worden golfjes. Ik hoop dat die zeshonderd mensen zich net als ik gedragen voelen op die golfjes. Dat zij lachen op de verjaardagen van hun kinderen. Omdat zij zich, misschien voor het eerst, gesteund voelen in de wetenschap dat ze niet de enige zijn. Veel van onze ervaringen hebben een andere kant, hoe mooi de uitkomst ook is. Als wij onze ogen durven te openen voor de zelfkant van het systeem, zijn wij een krachtige motor van verandering. Dat maakt ons geen spelpreker, want over het nog mooier maken van respectvolle zorg is nog lang niet #genoeggepraat.

Mira Westland, moeder en voorzitter van Stichting Geboortebeweging