Schouders onder de zorgstandaard. VSV de Slinge samen voor de inhoud

Auteur
Kristel Zeeman
Editie
2017; 02
Categorie
Overig
Download pdf
Print artikel
Schouders onder de zorgstandaard. VSV de Slinge samen voor de inhoud
Integraal samenwerken vergt een hoop inspanning, naast de toch al veeleisende cliëntenzorg. In Doetinchem focussen verloskundigen en gynaecologen zich op de inhoud. Zal het ze lukken de zorgstandaard in te voeren voor 1 juli?

Veranderingen in de organisatie van de verloskundige zorg hebben pas kans van slagen als partijen inhoudelijk op een lijn zitten. Dat gaat al aardig goed in Doetinchem en omstreken. Invoeren van de zorgstandaard is daarom een integrale klus die VSV de Slinge enthousiast oppakt.

Dewi Timmer, klinisch verloskundige in het Slingeland Ziekenhuis, is sinds februari 2017 voorzitter van de werkgroep prenatale zorg van het VSV de Slinge. En daarmee ook 'aanvoerder zorgstandaard' in de regio. De werkgroep bestaat al zo'n vier jaar. Twee jaar geleden ontwikkelde deze een basis zorgpad voor alle zwangeren, of ze nou in de eerste of tweede lijn onder controle zijn, of beide. Alle verloskundigen en gynaecologen werken ermee. Het betekent dat iedere zwangere in de regio op ongeveer hetzelfde tijdstip in de zwangerschap dezelfde onderzoeken, vragen en informatie krijgt.

Daarbij is de ZwApp een handig hulpmiddel. Het is een voorlichtingsapp voor zwangeren, die ontwikkeld is met geld van het consortium Oost Nederland en het Slingeland ziekenhuis. Inmiddels wordt de app op meer plekken in het land gebruikt.

Timmer: "We zijn al een eind op weg met de zorgstandaard. In de protocollen die we hebben hoeven we geen grote aanpassingen te doen. Al blijven er natuurlijk discussiepunten." Die punten worden besproken tijdens een zeswekelijkse bijeenkomst van de werkgroep. Hierin zitten afgevaardigden van alle praktijken en het ziekenhuis. Deze groep heeft mandaat van het VSV: alles wat hier wordt goedgekeurd, wordt geaccepteerd in de hele regio.

Werk in uitvoering

Voorafgaand aan de bijeenkomst van maart heerst opgewekte bedrijvigheid in de verloskundige praktijk in Doetinchem, waar de werkgroep samenkomt. Eén voor één arriveren de leden. Eerstelijns verloskundigen Roelande Kuiperij en Kirsten Schatorjé zijn gastvrouwen en voorzien iedereen van thee. Dewi Timmer en Bianca Bosman –ook uit de kliniek- komen binnen en installeren laptop en beamer. Hun collega Yvonne Kox en gynaecoloog Tamara Verhagen zijn wat verlaat.

Bernadette Raterink, uit de praktijk in Ulft, heeft dienst en komt net van een bevalling. Ze heeft zich gehaast. Haar praktijkgebied ligt op ruim twintig minuten rijden en ze heeft nog geen tijd gehad zich om te kleden. Ze is niet de enige in de groep die een dag hard werken achter de rug en een onrustige nacht voor de boeg heeft. Iedereen heeft maar kort kunnen eten, sommigen met hun gezin, sommigen onderweg.

Er is irritatie over collega's die een soortgelijke werkdag als excuus aanvoeren om vanavond niet te komen. Toch lijdt de sfeer er niet onder. Eerder is er een gevoel van verbondenheid. Iedereen in het zelfde schuitje, schouders eronder en nog een paar uurtjes door. Er worden grappen gemaakt en de chocola gaat rond.

Geven en nemen

Belangrijk onderwerp op de agenda is serotiniteit. En dan vooral het voorstel vanuit de eerstelijns verloskundigen om kunstmatig de vliezen te breken bij vrouwen met een amenorroeduur van 41+5 of 41+6, om zo een fysiologische baring te stimuleren. Ze hebben op papier gezet onder welke voorwaarden dit zou kunnen, met wetenschappelijk onderbouwing.

Tamara – 'dokter'- Verhagen verwoordde vorige bijeenkomst de bedenkingen van haar collega-gynaecologen, over de slagingskansen, de risico's. Maar nu is de toon positief. De klinisch verloskundigen kunnen zich vinden in de voorwaarden.

De discussie spitst zich vandaag toe op het tijdstip van het vliezenbreken, 's ochtends of 's avonds. In de onderzoeken die zijn aangehaald, werden de vliezen in de ochtend gebroken. De gynaecologen geven daar de voorkeur aan. Mochten er complicaties optreden, dan hoeft daar niet in de nacht een behandeling voor gestart te worden.

Roelande Kuiperij uit haar twijfels: "Veel vrouwen beginnen 's nachts met baren. Zou het fysiologisch gezien niet logischer en beter zijn om de vliezen in de avond te breken?" Omdat wetenschappelijk bewijs daarvoor niet direct voorhanden lijkt, zegt Dewi Timmer: "Als je de ochtend in je voorstel zet, heb je kans dat je de tweede lijn meekrijgt. Het is geven en nemen. Anders geven ze misschien helemaal geen toestemming." Kuiperij: "We hebben toch geen toestemming nodig? Het zijn onze cliënten, het is onze verantwoordelijkheid." Timmer pareert: "Dat klopt, maar dan heb je geen integrale afspraak, werk je niet meer samen hierin."

Er vliegen over en weer nog wat argumenten voor en tegen. Uiteindelijk is de afspraak dat de eerstelijns verloskundigen onderbouwing zoeken voor het beste tijdstip voor AROM. Zij sturen een aangepaste tekst langs de Kring en de maatschap van gynaecologen voor 'achterbanoverleg'. De verwachting is dat ze de volgende vergadering een klap op het protocol kunnen geven. De eerstelijns verloskundigen zijn blij. Kirsten Schatorjé: "Leuk dat jullie er zo positief in staan."

Goed op weg

Om negen uur sluit Dewi Timmer de vergadering als voorzitter van de werkgroep prenatale zorg. Haar kordate leiding wordt gewaardeerd door collega's. Iedereen is tevreden met het resultaat van de avond. "1 juli gaan we misschien niet halen, maar we zijn goed op weg met de zorgstandaard."

[kader] Zorgstandaard

Vanaf 1 juli 2017 moet de zorgstandaard zijn geïmplementeerd. In de Zorgstandaard staan acht thema's centraal:

  • zwangere en (ongeboren) kind centraal
  • adequate voorlichting en counseling
  • één vast aanspreekpunt
  • individueel geboortezorgplan
  • multidisciplinaire en lijnoverstijgende samenwerking
  • interprofessioneel geboortezorgteam
  • gezamenlijke besluitvorming, bejegening en informed consent
  • aandacht voor vrouwen met lage gezondheidsvaardigheden

Ook aan de slag met de zorgstandaard? Kijk voor meer informatie op www.knov.nl

Volg VSV de Slinge, aflevering 2

Het Tijdschrift voor Verloskundigen volgt de ontwikkelingen van VSV de Slinge Doetinchem en omstreken op weg naar meer samenwerking en integrale zorg. In iedere editie van 2017 doen we verslag van de stappen die het VSV de komende tijd zet, inclusief obstakels en successen. Herkent u de ontwikkelingen in Doetinchem en omgeving? Wat valt u op? Wat doet u anders?

Deel uw ervaringen met ons. Stuur een mail naar tvv@knov.nl of discussieer mee op onze Facebookpagina.

Stroef

Bij de meeste inhoudelijke onderwerpen komen ze zo, in overleg, vrij gemakkelijk tot consensus. Wat stroever loopt het bij onderwerpen die raken aan de organisatie van de praktijk.

Over een paar dagen is het 1 april, de dag dat de NIPT als screeningsmogelijkheid aan zwangeren moet worden aangeboden. De gynaecologen zijn voorstander van alle counseling in de eerste lijn. Op zich mooi, maar de verloskundigen zien op tegen de logistiek en de werkdruk. Bernadette Raterink: "De counseling voor de NIPT moet in een apart consult. We zitten als praktijk met de handen in het haar. Hoe gaan we dat organiseren? De spreekuren zitten al zo vol. Het gesprek zelf is qua inhoud heel lastig en er is geen speciaal tarief."

Ook lastig is de coördinerend zorgverlener, een eis binnen de zorgstandaard. In de eerste lijn is dat al vaak behoorlijk goed geregeld, in de tweede lijn zien zwangeren veel wisselende mensen. Timmer: "We hebben in het VSV nog niet bepaald wanneer de coördinerend zorgverlener bij een overdracht in de zwangerschap precies overgaat naar de tweede lijn. De verloskundige praktijken gaan er nog verschillend mee om: de een houdt langer het contact met de zwangere dan de ander. Uit een audit bleek dat dit soms tot communicatieproblemen kan leiden, die gevolgen hebben voor het beloop van de zwangerschap. Dus dat is een punt waar we nog aan moeten werken."

Energiebalans

Wanneer aan het eind van de avond Verhagen aanschuift, recht van de verloskamers, bespreekt de werkgroep haar voorstel voor een zorgpad, aangepast aan de zorgstandaard. Het is gebaseerd op een voorbeeld van VSV-Helmond dat op internet staat. Verhagen: "De bewoordingen passen niet helemaal bij Doetinchem, die heb ik wat veranderd. Maar veel is bruikbaar."

Ze krijgt welgemeende complimenten, hoewel er ook kritiek is op de formulering van de tekst rondom inleiden van de baring. Verhagen verontschuldigt zich. Ook dit document is in spaarzame vrije uren gemaakt: "Bij de 32 weken was de energie op."

Die energiebalans is een ding. Integraal samenwerken vergt een hoop inspanning, naast de toch al veeleisende cliëntenzorg. Astrid Maus, een eerstelijns verloskundige die er vanavond door haar dienst niet bij kon zijn, zegt daarover: "Ons VSV is al behoorlijk ver gevorderd in de integrale zorg, vooral in het pre- en postnatale stuk, maar soms nekt het me wel. Het regelwerk, het vergaderen. Daarnaast is de zorg veel complexer dan vroeger, je moet je continu verantwoorden. Ik voel het niet alleen bij mezelf: menigeen loopt op z'n tenen. Daar mag wel eens serieus naar gekeken worden."

Vuur voor vrouwen

Het verloskundig vak is natuurlijk niet alleen maar een energielek. Voor Maus, en waarschijnlijk ook voor al haar collega's, is het contact met de zwangeren de drijvende kracht. De blije gezichten na een bevalling, het vertrouwde gevoel als de relatie goed is, dat is goud waard. In de tweede helft van het jaar zullen deze vrouwen ook een stem krijgen in het VSV-beleid. Dan staan spiegelgesprekken met cliënten gepland.

Verder blijkt in de werkgroepvergadering hoe fijn het is dat zorgverleners taken kunnen verdelen: het zorgpad voor de postnatale zorg is de verantwoordelijkheid van weer een andere club binnen het VSV. Vele handen maken licht werk.

Samen actief zijn kan ook een oppepper geven. Verloskundigen, gynaecologen, verpleegkundigen en kinderartsen van VSV de Slinge lopen bijvoorbeeld op 21 mei mee met de Marikenloop. Ze zamelen geld in voor de Stichting Steun Ethiopische Vrouwen. Vuur voor vrouwen bindt hen immers.