Tuchtzaak: De val van de goed bedoelde schriftelijk verklaring

Auteur
Rachèl van Hellemondt
Editie
2017; 02
Categorie
Overig
Download pdf
Print artikel
Het is voor verloskundigen niet eenvoudig om op hun handen te gaan zitten als ze zich ernstig zorgen maken over het welzijn van hun cliënten en er een dringend beroep op ze wordt gedaan. Als het gaat om het opstellen van een (medische) verklaring of zwangerschapsverklaring kunnen ze dat maar beter wel doen.

In een medische verklaring geeft de verloskundige een op medische gegevens gebaseerd waardeoordeel over de cliënt en haar gezondheidstoestand. Dat kan bijvoorbeeld gaan om de geschiktheid of ongeschiktheid om ergens aan deel te nemen, bijvoorbeeld een zogenoemde fit-to-fly verklaring.

Verloskundigen worden door hun beroepsvereniging sterk afgeraden om dergelijke verklaringen af te geven. Voor een goede vertrouwensrelatie en het voorkomen van belangenconflicten is het belangrijk een scherpe grens te trekken tussen behandeling en beoordeling van de gezondheid van de cliënt voor andere doeleinden dan het geven van goede verloskundige zorg. Zo raadt de KNOV bijvoorbeeld af om een fit-to-fly verklaring af te geven. De verloskundige kan immers niet beoordelen of de vrouw op een specifiek moment ergens toe in staat is. De verloskundige kan wel met toestemming van de cliënt feitelijke informatie verstrekken. Hierbij kan worden gedacht aan informatie als de à terme datum, aantal weken zwangerschap en de gezondheidstoestand van de zwangere, gerelateerd aan de zwangerschap, op het moment van het laatste consult. Maar hoe zit het met schriftelijke verklaringen in het kader van juridische procedures?

De casus

Recent behandelde het regionaal tuchtcollege in Den Haag de casus van een verloskundige die met het afgeven van een schriftelijke verklaring onbedoeld partij was geworden in een juridische strijd tussen haar cliënt en haar ex-partner over het vaderschap en de omgang. Op verzoek van de vrouw of de advocaat stelt de verloskundige de volgende verklaring op:

"Hierbij laat ik u weten van mevrouw E, thans gravida van het tweede kindje. In verband met haar psyche door alle omstandigheden waarin mevrouw verkeert, alle stress die dit geeft, zie ik graag dat de rechtzaken worden voortgezet na de bevalling. Dit omdat het onverantwoordelijk is voor moeder en ongeboren kind dit nu te doen.

Ik wil dat mevrouw geen stress en spanning ondervindt nu.(…)"

De ex-partner dient een klacht in tegen de verloskundige. De ex-partner verwijt de verloskundige dat zij heeft gehandeld in strijd met de beroepsnormen. In het bijzonder heeft de verloskundige zich buiten de grenzen van haar competentie begeven door een verklaring af te geven over de psychische gesteldheid van de cliënt. Met de brief heeft zij de procedure over de omgangsregeling gefrustreerd en heeft zij zich actief in het juridisch strijdveld begeven.

Gezien het standpunt van de KNOV en eerdere uitspraken van de tuchtrechter over soortgelijke zaken, te weten terughoudendheid bij het afgeven van medische- en zwangerschapsverklaringen en in principe geen schriftelijke verklaringen afgeven die bedoeld zijn om te worden gebruikt in een juridische procedure, zal het niet verbazen dat de klacht gegrond werd verklaard. De tuchtrechter legt de verloskundige een waarschuwing op.

Lees de volledige uitspraak op www.tuchtrecht.overheid.nl onder nummer ECLI:NL:TGZRSGR:2017:5