Zomerse verhalen

Editie
2017; 03
Categorie
Overig
Download pdf
Print artikel
De eerste weken van een carrière, uitzonderlijke hitte, een vliegvakantie met dramatische gevolgen. Het thema 'zomer' bracht herinneringen bij u naar boven. De mooiste verhalen leest u hier.

De vrouw met 5 cm

Elke zomer denk ik aan haar terug: 'de vrouw met vijf centimeter ontsluiting'. Ik begin die zomer fris afgestudeerd aan mijn zomerwaarneming. Het is een warme, broeierige zomer en de diensten zijn goed gevuld. Terwijl ik bezig ben met de kraamvisites word ik gebeld. Ik had, nu bijna tien jaar geleden, nog geen handsfree, dus ik houd het gesprek in de auto kort.

De meneer die belt vertelt dat zijn vrouw vijf centimeter ontsluiting heeft en of ik even wil komen kijken. Ik ben in de buurt en zeg dat ik er meteen aan kom. Als ik ophang denk ik nog: vijf centimeter, hoe kan die meneer dat nou weten? Is hij misschien huisarts of bedoelde hij weeën elke vijf minuten?

Ik ben er vlot, meneer doet open en gaat me voor de trap op naar zolder. Het is er warm, benauwd en donker. De zonwering zit voor de dakramen en er staat een ventilator te draaien. Mevrouw vind ik op bed, ze ligt op haar zij met een been opgetrokken en zucht heftig. Als ik dichterbij kom zie ik het hoofd staan. "Kijk", zegt meneer, "ze heeft al vijf centimeter!" Het caput snijdt inderdaad met ongeveer vijf centimeter doorsnede door…

Ik vraag meneer snel mijn verlostas uit de auto te halen en pak zelf een paar doeken en matjes en dep nog even het bezwete voorhoofd van mevrouw droog. Met dat meneer weer terug is met mijn tas wordt een gezonde zoon geboren. "Gaat dat altijd zo snel bij vijf centimeter?" vraagt meneer nog. "Op de cursus hadden ze het over een centimeter per uur!"

Riët Kremers, eerstelijns verloskundige

Verdriet en vreugde

Zomer 1999, het is woensdagmorgen en het spreekuur vordert gestaag als M belt. Ze klinkt duidelijk overstuur en in paniek. "Kun je nu een verklaring voor me regelen dat ik pas 35 weken ben, zodat ik mag vliegen?" vraagt ze. "De tweejarige dochter van mijn alleenstaande tweelingzus is zojuist op Kreta vanaf vier hoog van het balkon gevallen, ze is in slechte toestand en ik moet ernaartoe."

Snel denk ik na, M is momenteel ruim 39 weken zwanger van haar eerste kind en de zwangerschap is tot op heden ongestoord verlopen. Wat een dilemma. Welk antwoord kan ik hier nu op geven. Ik snap dat ze erheen wil, maar wat is wijsheid?

Ze geeft aan dat ze morgen pas op zijn vroegst kan vliegen en ik besluit om na het spreekuur naar haar toe te gaan. Helemaal ontredderd tref ik haar en haar man een uur later aan, de situatie in Griekenland is kritiek en de prognose is zeer somber.

M wil gaan, haar man vraagt zich af of het wijs is en na lang praten komen we samen tot de conclusie dat ze een ticket reserveert maar pas morgenochtend beslist of ze daadwerkelijk zal gaan. De volgende ochtend hebben we al vroeg contact. De situatie is veranderd, haar tweelingzus komt met man en kind naar Nederland en daarna zal hier de apparatuur gestopt worden. Er is geen hersenactiviteit meer en ook geen hoop, wat een verdriet.

In de dagen die volgen hebben we regelmatig contact en de donderdag daarop heb ik dienst op een hete zonnige zomerdag. M belt al vroeg in de ochtend. Haar vliezen zijn zojuist gebroken, terwijl over twee uur de begrafenis begint op dertig minuten rijden van huis. Wat nu? Ik ga meteen langs, het water is helder, het hoofd zit goed ingedaald en er zijn nog geen weeën. Ze besluiten te gaan.

Ze spookt de hele ochtend door mijn hoofd en tegen 14.00 belt ze opnieuw. De mis is net voorbij en de eerste weeën dienen zich aan. Ze komen terug naar huis. Een uurtje later ben ik bij ze. Het hele huis zit vol familie, zo'n klein ouderwets arbeidershuisje, met een open trap naar zolder. Daar op bed zit M, geflankeerd door haar man en haar tweelingzus. Ze heeft heftige weeën, maar vangt ze geweldig op. Ze heeft al zes centimeter ontsluiting en ik besluit te blijven. Beneden is de sfeer sereen, iedereen wacht op wat komen gaat.

Al snel heeft ze volledige ontsluiting en na krap dertig minuten persen wordt er een klein meisje geboren. Vreugde en verdriet liggen hier wel heel dicht bij elkaar vandaag als zij en haar man hun dochtertje samen met haar tweelingzus verwelkomen. En ik kan alleen maar respect hebben voor deze geweldige familie die dit samen zo doet.

Sandra Oomen, klinisch verloskundige

Zomers gieteren

Aankomende juli is het twintig jaar geleden dat wij als eerste lichting van de vierjarige opleiding van de verloskunde academie kwamen. Dan moet ik weer denken aan mijn eerste zomer. Dat was dan 1998, want in de zomer van 1997 heb ik eerst zelf onze oudste zoon gekregen. Ik had een plattelandspraktijk overgenomen met een collega en werkte sinds een aantal maanden (meer dan) fulltime. Ik kende mijn pappenheimers al een beetje, want voor de overname had ik wel een aantal maanden spreekuur gedaan.

Zoals het een echte Amsterdams afgestudeerde betaamde, hield (en houd) ik veel van verticale baringen. Ik had dan ook een zeer laag verwijspercentage voor niet vorderende uitdrijving, want twee uur persen, dat was toen bij een eerste kind heel gebruikelijk. Ik had dienst en de eerste primi ging bevallen. Ze begon 's nachts. Dat was fijn omdat het koeler was, want we zaten die zomer in een hittegolf. Mijn continue begeleiding had ik onderbroken voor een nachtvoeding voor mijn baby en tegen koffietijd startte mevrouw met persen. Het vorderde gestaag en het kindje kwam tegen de middag in goede conditie op de baarkruk. Na de placenta begon mevrouw te gieteren en ondanks mijn 5 IE synto stopte het niet. Dus liet ik haar naar het ziekenhuis gaan per ambulance.

Tijdens de overdracht in het ziekenhuis belde de tweede primi. Herstel, ze piepte me op mijn semafoon en ik belde terug. De hele middag was ik bij haar thuis, waar de temperatuur opliep tot 26 graden. Ook zij moest lang persen, afwisselend op bed en op de kruk.

Moeder en verloskundige zetten dapper door en na bijna twee uur was daar een klein jongetje. Helaas begon ook zij enorm te vloeien en kwam de placenta niet, ondanks actief leiden.

Opnieuw moest ik de ambulanceverpleegkundigen oproepen. Deze keer was het nog spannender dan de fluxus van de ochtend, of ik kon minder goed relativeren door de vermoeidheid. Maar feit is dat ik opgelucht was toen ik na de overdracht aan de gynaecoloog zag dat de placenta geboren was en mevrouw stabiel en tevreden op de verloskamer lag. Op de gang kwam ik een oude solovroedvrouw tegen (ze rookte altijd veel en naar verluid lustte ze ook wel een borrel). Zodra ze me zag begon ze me de les te lezen. Hoe ik er wel niet bij kwam om met dit weer vrouwen thuis te laten bevallen. "Neem van mij aan kind, met dit weer is het geen doen, dat kán toch niet. Het is vragen om moeilijkheden." Ze doelde op het feit dat mijn dames allebei een fluxus hadden. Ik, te verbouwereerd om door te vragen en haar kennis als intercollegiale toetsing te zien, stotterde wat en droop af.

In die maanden daarna begreep ik nog niet wat ze bedoelde, voelde me een broekie. Het kwartje viel pas toen ik in november bij een bijscholing was. Ze vertelden dat syntocinon koel bewaard moet worden, anders verliest het zijn werking… Tot op de dag van vandaag weet ik echt niet of het me nooit geleerd is op de opleiding of dat ik het niet onthouden heb. Maar sindsdien heb ik wel een klein koelboxje in de auto.

Sanne Frieling, eerstelijns verloskundige