Passende zorg met personal touch

Auteur
Kristel Zeeman
Editie
2017; 03
Categorie
Overig
Download pdf
Print artikel
"Integrale zorg is een must, maar de scheiding tussen eerste en tweede lijn moet blijven." Dat vinden ze in VSV de Slinge. Diversiteit en autonomie van zorgverleners zijn even belangrijk voor de cliënt als uniforme protocollen. Over de balans tussen integrale zorg en identiteit.

Een zonnige eerste juni in de Achterhoek. Terwijl Trump in het Witte Huis een streep zet door de klimaatafspraken, draaien hier zonnepanelen op boerenschuren en windmolens op volle kracht. Verder is het uitgesproken rustig.

In het gezondheidscentrum tegenover de karakteristieke markthal van Didam huren de verloskundigen van Montferland Wehl eens per week praktijkruimte. Pal naast het consultatiebureau en onder één dak met de diëtist, de fysiotherapeut, de lactatiekundige. De andere dagen houden zij spreekuur op twee afzonderlijke praktijken aan huis. Dit is een overblijfsel uit de tijd dat Judith Snelder en Astrid Weide-Maus beiden nog solo werkten. Toen zij gingen samenwerken hebben ze overwogen zich op één locatie, centraal in het gebied, te vestigen. Maar de spreiding bleek juist ideaal. In de dorpen die deze plattelandspraktijk bedient, rijdt geen openbaar vervoer. Sommige cliënten hebben geen auto en kunnen de verloskundige zo toch gemakkelijk bereiken.

Ze werken in een maatschap van drie: Corinna Falk associeerde in 2013 met de andere twee. Deze Nederlands opgeleide verloskundige komt oorspronkelijk uit Duitsland en woont daar nog steeds. Geen probleem, want Elten, vlak over de grens, is in feite dichterbij het praktijkgebied dan het ziekenhuis in Doetinchem.

Keuzes

Het gesprek gaat over hun kijk op integrale zorg. Judith Snelder is stellig en praat met grote gebaren. "Ik geloof sterk in integrale zorg. Maar het gevaar van integrale bekostiging is het verdwijnen van de autonomie en de poortwachtersfunctie van de eerstelijns verloskundige. Straks komt er een nieuwe directeur in het ziekenhuis van Doetinchem. Deze meent dat de geboortezorg het beste tot zijn recht komt als alle verloskundigen in loondienst van het ziekenhuis zijn. Maar ik ben voor het model midwife-led care."

Astrid Maus is wat bedachtzamer: "De organisatie van integrale zorg is moeilijk te doorzien voor ons. Wij zijn nu volgend als het daarom gaat. Het verloskundige werk alleen al vergt zoveel energie. Zowat elke maand komen er nieuwe dingen op ons bordje.

En daarbij komt dat we met twee ziekenhuizen samenwerken. Onze praktijk zit op het grensgebied tussen het verzorgingsgebied van het Slingeland in Doetinchem en het Rijnstate in Arnhem. We nemen deel aan VSV de Slinge in Doetinchem. Maar tien procent van onze zwangeren kiest voor Arnhem. Dat ziekenhuis eist van de verloskundigen die er komen dat ze ook deelnemen in het VSV. Die deelname vereist weer lidmaatschap van de verloskundige coöperatie in Arnhem. Het liefst steken we tijd, geld en aandacht in maar één VSV."

"Het is wel belangrijk dat cliënten kunnen blijven kiezen," vult Falk aan. "Kunnen ze kiezen, dan doen ze dat ook. Daar hebben ze hun redenen voor, dus dat moet blijven."

Kleinschalig en autonoom

Niet alleen de keuzevrijheid voor een ziekenhuis moet blijven, ook de keuze voor een bepaalde verloskundige praktijk. Hoewel de meeste cliënten uit het praktijkgebied voor Montferland Wehl kiezen, kunnen ze ook uitwijken naar Doetinchem of Zevenaar. Maus: "Iedere groep van verloskundigen is weer anders, er zijn andere persoonlijkheden. Daarin moet iedereen z'n eigen uitstraling kunnen behouden. Wij zijn bijvoorbeeld best een beetje kneuterig. Ik heb in 2000 de praktijk van mijn moeder overgenomen en houd spreekuur op een boerderij. De mensen die daar komen vinden dat leuk! We hebben ook geen assistente in de praktijk. Wij doen alles zelf, de mensen zien alleen ons."

Snelder: "Ja, we maken ook onze eigen echo's. Ik heb een eigen screeningscentrum. Onze cliënten komen allemaal bij mij. Dat heeft als voordeel dat er geen onderlinge meetverschillen zijn bij een zwangere. Het nadeel is natuurlijk wel de kwetsbaarheid. Als ik wegval…"

Ook nu ze als VSV streven naar uniforme zorg, nemen ze als praktijk eigen beslissingen voor vernieuwingen in de prenatale zorg. Zo zijn ze recent gestart met centering pregnancy (CP), samen met een paar kraamverzorgenden. Hadden ze daar andere zorgverleners ook niet bij moeten betrekken? Maus: "CP leek ons een goed idee en we zijn gewoon aan de slag gegaan.

Achteraf gezien had het wel gekund. Aan de andere kant: als praktijk schakel je sneller dan als grote groep. Als de rest van het VSV straks mee wil, kunnen ze weer wat opsteken van onze ervaringen."

Gewoon goed

Belangrijker dan de eigen identiteit van de praktijk is de kwaliteit van de zorg voor de cliënt. Maus: "Die moet gewoon goed zijn. Daarom zijn we acht jaar geleden begonnen met evaluatieformulieren. Wij dachten: we geven toch goede zorg? Uit de uitslag bleek dat we vaak dingen doen die we zelf normaal vinden. Maar vrouwen hebben soms andere wensen. Ze vroegen bijvoorbeeld: waarom vertellen jullie tijdens de zwangerschap niks over het kraambed? Nu bouwen we ook een mondeling evaluatiemoment in rond 24 weken. We vragen hoe ze de zorg ervaren, of ze nog tips hebben. Op hun wensen passen we de zorg aan."

Meer integrale samenwerking draagt volgens alle drie bij aan die zorgkwaliteit. Snelder: "De gezamenlijke intake die we hebben met de tweede lijn heeft de zorg echt beter gemaakt. Onze klinisch verloskundigen zijn dan ook keileuk, ze zijn heel eerstelijns gericht! Het is fijn om met meer mensen naar een casus te kijken, wij maken ook wel eens een foutje."

Niet het einde

Wat is er nog nodig op weg naar integrale zorg? Falk: "Direct communiceren, elkaar goed leren kennen en vertrouwen. Daar zijn we mee bezig in het VSV, maar het blijft belangrijk om elkaar vragen te stellen als er eens een keer iets niet goed loopt. Niet gelijk oordelen. In de integrale bekostiging zien de verloskundigen nog wel een obstakel. "Het is spannend hoe dat gaat lopen" aldus Snelder. "Maar het allerbelangrijkste: integrale bekostiging mag niet het einde zijn van de eerstelijns verloskundige zorg!"

Volg VSV de Slinge, aflevering 3

Het Tijdschrift voor Verloskundigen volgt de ontwikkelingen van VSV de Slinge Doetinchem en omstreken op weg naar meer samenwerking en integrale zorg. In iedere editie van 2017 doen we verslag van de stappen die het VSV de komende tijd zet, inclusief obstakels en successen. Herkent u de ontwikkelingen in Doetinchem en omgeving? Wat valt u op? Wat doet u anders?

Deel uw ervaringen met ons. Stuur een mail naar tvv@knov.nl of discussieer mee op onze Facebookpagina.

[kader] goed voorbeeld van integrale zorg: gynaecologen en klinisch verloskundigen

Gynaecoloog Eveline Tepe en klinisch verloskundige Marieke Peulers kennen elkaar al zeventien jaar. Peulers werkte toen nog in de eerste lijn. In die begintijd stonden eerste en tweede lijn nog tegenover elkaar; een ongewenste situatie. Daarom zijn ze beiden groot voorstander van integrale zorg. Tepe: "Integrale zorg is een must! De overdracht in de verloskunde loopt namelijk niet altijd goed en dat kan leiden tot slechte uitkomsten."

"De zorg in het VSV is nu veel beter," zegt Tepe. En Peulers zegt: "Ik ben trots op wat we hebben bereikt, dat we geen afzonderlijke kampen meer hebben. We zien er de meerwaarde van in dat de zorg en overdrachten naadloos verlopen. Zo werken we ook in de kliniek. Klinisch verloskundigen, verpleegkundigen en gynaecologen vormen een integraal team. We vertrouwen elkaar, vullen elkaar aan, maken gebruik van elkaars expertise. Onze kracht is dat we veel van de fysiologie én de pathologie weten en dat onze kennis op peil is. We hebben een ochtendoverleg met alle zorgverleners van de afdeling, waarin casussen worden besproken. De klinisch verloskundigen organiseren structureel onderwijs. Een master opgeleide verloskundige met een niet-master verdiepen zich samen in een bepaald onderwerp en dat wordt besproken in de groep. Onze kennis van de pathologie houden we zo op peil. Het houdt jezelf scherp en je beroep smeuïg."

Elkaar vertrouwen en aanvullen, dat willen ze ook met de eerste lijn. Sinds kort nodigen ze daarom ook de eerstelijns verloskundigen uit om toe te horen. En ze hebben plannen voor meer. Peulers: "Het zou fijn zijn als we na een overdracht bij een baring nog wat langer samen op blijven werken. Zo heb je meer tijd om relevante zaken rondom de vrouw te bespreken. Je leert elkaar beter kennen, weet wat je aan elkaar hebt."

Het is niet de bedoeling dat alle schotten verdwijnen. Tepe: "Het onderscheid tussen de eerste en de tweede lijn moet blijven. Passende zorg, daar draait het om."

Laat de dingen voor je werken

Integrale samenwerking heeft soms een zetje nodig. Tepe: "Soms moet je wachten tot iets moet. Een opgelegde maatregel kan een spin-off hebben. Neem de audit. Dat we in zo'n grote groep elkaar zo in de ogen konden kijken, op kalme manier pratend, onderzoekend. Geweldig! Dat heeft ons geleerd hoe we moeilijke zaken konden bespreken met respect naar elkaar. Soms kun je de dingen voor je laten werken."

Volgens Peulers zou het helpen als de integrale organisatie en de verdeling van geld duidelijk zijn vastgelegd. "Er is dan minder gedoe, minder wij-zij. Als de financiën geen rol meer spelen, wordt samenwerking makkelijker." Tepe voegt daaraan toe: "We zullen ook wel moeten. Samen zijn we er verantwoordelijk voor dat de zorgkosten dalen. Die zijn in Nederland torenhoog. Iedereen die zorg levert en óók patiënten dragen die verantwoordelijkheid."

Dit jaar zal dat in Doetinchem niet gaan gebeuren. Dat is volgens beide vrouwen niet erg. Peulers: "Het geeft rust dat we het op werkvloer goed hebben met elkaar, dat we inhoudelijk steeds dichter bij elkaar komen. De rest heeft tijd nodig, wij volgen als VSV-voorbeelden van voorlopers in het land."

[kader] Autonomie maakt kritisch

Volgens Roelande Kuiperij, van praktijk Nona in Doetinchem, is een zekere afstand tot de tweede lijn nodig om kritisch te kunnen blijven. "Autonomie van de eerste lijn is belangrijk voor cliënten. Ze hebben dan minder kans op een interventie. Dat moet blijven bestaan. Onze specialiteit is de fysiologie, die moeten we bewaken.

We moeten zowel kritisch naar onszelf kijken als naar de tweede lijn. Wat is verantwoord? Dat gaat naar onze mening beter als je autonoom bent. Onderlinge concurrentie in de eerste lijn is daarbij niet handig. Vroeger waren er twee praktijken in Doetinchem, nu zijn we gefuseerd. Dat is rustig! We concurreren niet meer met elkaar en kunnen meer energie steken in de samenwerking met de tweede lijn.

Wat we nog nodig hebben is een visie. Als die duidelijk is, wordt het makkelijker om beslissingen te nemen in de samenwerking met anderen.

Kritisch zijn naar jezelf betekent dat je je beleid en je organisatie durft bij stellen. Het gaat er om wat het veiligst is. Dat is wat de cliënt wil. Dat moet uiteindelijk leidend zijn in de integrale samenwerking.

We zouden bijvoorbeeld als eerstelijns verloskundigen andere, betere beslissingen maken als we diensten van acht uur zouden draaien, wellicht in samenwerking met het ziekenhuis. De werkdruk is dan lager. En hoe fijn is het voor de cliënt als we naar iemand toe kunnen rijden die onder zorg is van de tweede lijn, zodat ze thuis kan blijven als ze maar een kleine vraag heeft?

De zorg is pas goed als die dag en nacht hetzelfde is. Het moet niet uitmaken waar of wanneer je bevalt. Als we dat eens konden regelen voor de cliënt! In elkaar schuiven van onderdelen van de zorg leidt tot iets moois. Of denk aan alle counseling in de eerste lijn. Maak gebruik van elkaars kwaliteiten als collega-zorgverleners."