Studenten schrijven: Ondertussen op de meldkamer ambulance

Auteur
Lydia Klop
Editie
2017; 03
Categorie
Overig
Download pdf
Print artikel
Studente Lydia Klop kreeg ooit geen gehoor toen ze met spoed om een ambulance belde. Nu loopt ze een dag mee op de regionale meldkamer om te weten te komen wat daar gebeurt als ze belt.

"Ja, hallo, mijn vriendin zit hier tegenover me, ze is 36 weken zwanger en ze voelt zich helemaal niet lekker. Ze trilt en ze klaagt over hoofdpijn en pijn boven in haar buik.' Oei. Op de meldkamer ambulance komt deze melding binnen en ik, laatstejaarsstudent verloskunde, zit meteen rechtop. De centralist met wie ik meeluister stuurt alvast een ambulance A1. Terwijl ze meer informatie verzamelt via de telefoon krijgt de zwangere een insult.

De dag begint om 7.00 uur rustig en de centralisten leggen me hun werkwijze uit. Zodra een melding binnenkomt, begint een ambulance te rijden. Vandaar dat de centralisten de melder (degene die belt) vaak interrumperen om eerst naar het adres van het noodgeval te vragen en aansluitend naar het telefoonnummer van de melder.

Als een zorgverlener belt, vragen ze ook om de urgentie. Vervolgens vraagt de centralist de melder precies te vertellen wat er is gebeurd. De meldkamers kiezen in hun computersysteem een protocol op basis van het verhaal van de melder, Op deze meldkamer werken ze met het internationale programma AMPDS-ProQA [1]. De centralist kiest op basis van het verhaal van de melder voor een protocol, bijvoorbeeld protocol Zwanger en baring of Ziek persoon. In het protocol Zwanger en baring gaat het om vragen als 'hoeveel weken is mevrouw zwanger?', 'heeft zij weeën?', 'ziet u de baby?', 'ziet u bloed?' [1]. De centralist stelt dan aanvullend de vragen die bij dat protocol horen om de situatie duidelijk te krijgen.

Verschil

In Nederland zijn er ook meldkamers die het programma Nederlands Triage Systeem gebruiken, dat ook in veel huisartsenposten draait [2]. Zo zijn er meer verschillen tussen regionale meldkamers. Dit komt omdat de ambulancediensten vroeger particulier waren: een taxibedrijf, een garage of de GGD kon een of meerdere ambulances hebben. Inmiddels is de werkwijze en uitrusting voor ambulances veel meer geprotocolleerd, waardoor patiënten weinig van de verschillen merken. Maar meldkamers kunnen nog wel eigen keuzes maken over onder andere computerprogrammering, het type ambulance en de wijze van contact tussen meldkamer en ambulance.

Om 8.00 uur beginnen de meldingen binnen te druppelen. Een bejaarde die uit zijn stoel gevallen is, een oude man die van zijn fiets is gewaaid en een frontale botsing op een 60-kilometerweg worden vlot afgehandeld. Er worden nog wat 'bestelde ritten' in gang gezet en later op de ochtend wordt het drukker.

Tien seconden

Terwijl de twee centralisten aan de telefoon zijn, is op het beeldscherm te zien dat er nog een melding binnenkomt. Die kan niet meteen worden aangenomen. De centralist legt uit: "De regel is dat je de melding die je behandelt helemaal goed afwerkt voordat je de volgende opneemt." Voor mij een nuttige les; ik heb een keer lang moeten wachten bij een spoedgeval, wat ik als traumatisch ervaren heb.

Ambulancezorg Nederland, belangenorganisatie voor de regionale ambulancevoorzieningen, doet er alles aan om dit te voorkomen, zo hoor ik van woordvoerder Tom van der Vlist. Zo zijn zij bezig met het realiseren van één meldkamerorganisatie met in totaal tien 112-meldkamers in Nederland, voor betere kwaliteit van de meldkamers. Toch kan het gebeuren dat de techniek faalt of dat alle centralisten nationaal of regionaal in gesprek zijn, zoals soms bij grote incidenten.

Het aantal centralisten wordt overigens gepland op basis van historische gegevens, met een surplus. De prestatienorm voor de landelijke meldkamer is dat 90% van de oproepen binnen tien seconden wordt opgenomen. In 2015 werd bij ongeveer 2,9 miljoen oproepen een score gehaald van 96,3% binnen tien seconden. Het gebeurt gelukkig maar weinig dat oproepen in het geheel niet worden aangenomen. In dat geval wordt er teruggebeld.

Contact met ambulance

De meeste centralisten zijn (ambulance)verpleegkundige geweest en hebben dus redelijk wat medische kennis. De centralist brengt de boodschap over aan de ambulance via een tekstbericht waarin hij in steekwoorden opschrijft wat de ambulanceverpleegkundige en -chauffeur kunnen aantreffen. Ook is contact over de portofoon mogelijk. Het contact tussen meldkamer en ambulance verloopt met degene die zijn handen vrij heeft (de verpleegkundige tijdens het rijden, de chauffeur ter plaatse). Omdat de informatieoverdracht tussen meldkamer en ambulancepersoneel heel beknopt is, wordt niet alle informatie doorgegeven. Het is dus van belang om een goede overdracht te doen, zodra ambulancepersoneel op de plek van het noodgeval aankomt. Ambulancepersoneel is getraind om volgens de SBAR-methode over te dragen.[3]

Zorgverlener belt

Er komt een weer melding binnen. Een huisarts belt voor een ondervoede bejaarde die is gevallen. Hij bestelt een ambulance A2 (binnen halfuur ter plaatse) en blijft ondertussen bij de patiënt. Met een zorgverlener houdt de centralist het telefoontje zo kort mogelijk. "Zodat hij zijn handen vrij heeft om in te grijpen."

Dat doen we bij verloskundigen ook. Ook scheelt het tijd als zorgverleners via het regionummer bellen. Centralisten begrijpen dan meteen dat het om een zorgverlener gaat. Even later belt de huisarts terug: de situatie verslechtert. De centralist maakt A1 van de rit en vertelt hoe lang het nog duurt. Van elke ambulance kunnen de centralisten dat namelijk zien op een beeldscherm met landkaart.

Soms is het nodig om ook het medisch traumateam per helikopter of, bij slecht weer, per auto in te zetten. Zorgverleners kunnen daar zelf om vragen. Bijvoorbeeld bij een reanimatie van moeder of baby of een inversio uteri.

Goede daad

De zwangere uit de inleiding wordt door haar buurvrouw op de grond neergelegd en de centralist van de meldkamer probeert protocol Zwangerschap in te zetten. Snel krabbel ik 'kussentje onder rechterbil!' op een memo en schuif het de centralist toe om afklemming van de vena cava inferior Klop, Lydia – Ondertussen op de meldkamer ambulance - student verloskunde van de zwangere te voorkomen. Zo, toch ook nog een goede daad kunnen doen vandaag. Dat het om een hypertensieve zwangere ging, hoef ik hier vast niet uit te leggen…

Referenties

  1. Priority Dispatch Corporation. Advanced Medical priority Dispatch System-Professional Quality Assurance. Salt Lake City, USA: Priority Dispatch Corporation. 1976
  2. Stichting NTS. Nederlandse Triage Standaard. Utrecht: Stichting Nederlandse Triage Standaard. 2011
  3. Van Exter P, Steeg G & Baggen B. Gestructureerde overdrachtsmethoden voor ambulancezorgverleners. Den Haag: Sdu uitgevers. 2013