Wonderbaby en zorgenkind Nederlandse geboortezorg in historisch perspectief

Auteur
Loes Schultz
Editie
2017; 04
Download pdf
Print artikel
Samen met de leden werkt de KNOV aan een vernieuwde visie op 'De Verloskundige van de Toekomst'. Maar hoe heeft de geboortezorg zich van 1661 tot 2016 ontwikkeld? Dat staat in het bijgesloten boekwerk 'Nederlandse geboortezorg in een historisch perspectief. Wonderbaby en zorgenkind'. Loes Schultz heeft het gelezen en geeft commentaar.

Binnen en buiten de beroepsgroep van de Nederlandse verloskundigen woedt een heftige discussie over integrale geboortezorg. Dit begrip kent diverse invullingen, afhankelijk van degene die spreekt: politici, managers, cliënten of zorgprofessionals.

De vier auteurs De Graaf, Merkus, Bonsel en Steegers doen in het boek hun poging om vanuit een historische tijdlijn duidelijk te maken hoe het huidige klimaat binnen de verloskundige zorg ontstaan is. Zij richten zich tot zorgprofessionals en hopen zo een bijdrage te leveren aan betere samenwerking binnen de historische driehoek - te weten gynaecoloog, verloskundige en cliënt - met de verwachting de verloskundige opleiding en organisatie zodanig te verbeteren dat kwaliteit van zorg toeneemt. Het begrip Integrale Geboortezorg pogen ze helder te definiëren.

Eerst enkele slordigheden: de inleiding begint op de achterkant van de cover, referenties beginnen onder hoofdstuk 2, een overzichtslijst met afkortingen ontbreekt. Het boek lijkt in haast geschreven.

Als eerste onderwerp is gekozen voor 'professionalisering van en ontwikkelingen binnen de verloskunde'. De start is een stukje historie over verloskundigen. De toename van verloskundigen tussen 1975-2015 krijgt ruime aandacht. Waarom deze vermeerdering plaatsvond, verklaren zij echter niet: er staat niets over de grote structurele problemen die verloskundigen in de periode van 1960-1995 hebben opgevangen: onderbezetting, huisartsen die hun verloskunde praktijk naar hen afstootten en een overheid die het aantal ziekenhuisbedden reduceerde. Dit alles met excessieve werktijden en slechte verdiensten.

In het hoofdstuk over obstetrisch-gynaecologische zorg wordt het voortschrijdende kennis genoemd en daarmee de uitbreiding van begeleiding in de zwangerschapscyclus, voortplantingstechniek en de prenatale diagnostiek van afwijkingen bij het ongeboren kind. De auteurs maken melding van het tot stand komen van de Verloskundige Indicatie Lijst, maar belichten de VIL niet als een samenwerkingsresultaat tussen verloskundigen, gynaecologen en kinderartsen.

Coördinerend zorgverleners

Het is lastig om een heldere definitie van integrale geboortezorg op te stellen, getuige de discussies in de werkgroep die de Zorgstandaard maakte. De auteurs hanteren de volgende omschrijving: "Een gedeelde visie tussen betrokken zorgverleners binnen een consulterende, in plaats van verwijzende, samenwerking. […] Het individueel geboorteplan waarborgt de ruimte voor de cliënt." Hoewel de schrijvers de sleutelrol in de triage toebedelen aan de meest ervarene op het gebied van hoog risico, ziet men toch een vast aanspreekpunt voor de aanstaande moeder: de coördinerende zorgverlener. Wellicht de verloskundige?