Op zoek naar overeenkomsten en verschillen

Auteur
Marlies Rijnders
Editie
2017; 04
Categorie
Overig
Download pdf
Print artikel
Onderzoeker Marlies Rijnders werd tijdens het ICM-congres heen en weer geslingerd tussen geboeid luisteren naar ervaringsverhalen, nieuwe ideeën en goed onderbouwde studies aan de ene kant en ergernis over het sekte-achtige geloof in de kunde en goedheid van de vroedvrouw en de soms ongefundeerde wij-zij houding van verloskundigen ten opzichte van artsen aan de ander kant.

2017 in Toronto trok duizenden vroedvrouwen uit de hele wereld. Het was feest, er werd gelachten, gedebatteerd en gepresenteerd. Gehuild en gelachen. Eén happy familie. Of niet?

ICM is een overkoepelende wereldwijde organisatie voor verloskundigen; hun driejaarlijks congres ervaren sommigen als een kans om verloskundigen wereldwijd met elkaar te verbinden. Maar ik vind de verschillen tussen de deelnemers zo groot, dat ik me afvraag: wat is eigenlijk de overeenkomst tussen al deze verloskundigen? Wat bindt of scheidt de dorpsverloskundige uit het armste deel van Pakistan, de wetenschapper die in de Lancet publiceert, de autonome verloskundige uit Nederland, de community midwife, de hospital midwife, de nurse midwife - en al die SRM, RM en andere titels. En wat onderscheidt ons van de geschoolde birth attendent, de obstetrische verpleegkundige, de fysiologische denkende gynaecoloog en de doula? En hoe werken verloskundigen onderling eigenlijk samen? Willen we wel allemaal hetzelfde, hebben we eenzelfde visie en wat bepaalt eigenlijk een goede onderlinge samenwerking?

‘Soorten’ verloskundigen

Een goede interprofessionele samenwerking is een van de prioriteiten voor betere maternale en neonatale gezondheidsorganisaties wereldwijd [1]. Binnen het denken in Nederland over integrale zorg ligt daar dan ook de focus. Maar de intraprofessionele samenwerking is hier een essentieel onderdeel van.

Helaas zijn er geen of nauwelijks studies gewijd aan belemmeringen of bevorderende factoren voor samenwerking tussen verschillende 'soorten' verloskundigen. Noch over 'best practices' of over interventies om deze samenwerking te bevorderen. Ervan uitgaande dat 70% van de bevallingen in Nederland door verloskundigen wordt begeleid [2] lijkt het zinvol om in ieder geval in ons land hier serieuze aandacht aan te gaan besteden.

We hebben allemaal de ongefundeerde meningen en waardeoordelen gehoord van eerstelijns verloskundigen over klinisch verloskundigen, van 'radicale verloskundigen' over de main stream, van kleine praktijkhouders over grote praktijkhouders en van Nederlandse verloskundigen over buitenlandse verloskundigen. En vice versa natuurlijk. En waarschijnlijk hebben we allemaal ook zelf de ongefundeerde meningen en waardeoordelen geroepen.

Tijdens het ICM-congres hebben de Nederlandse verloskundigen veel gediscussieerd over de noodzaak en mogelijkheden van één beroepsgroep, één stem, één overkoepelende visie waar eenieder zich in kan vinden. Van der Lee beargumenteert in haar artikel in het NTvG [3] dat, om de huidige problemen in de samenwerking tussen verloskundige en gynaecoloog te begrijpen, we de historische context moeten kennen. Hetzelfde kan gezegd worden over de obstakels in de samenwerking tussen verloskundigen onderling.

Kortom, het is tijd om de overeenkomsten en verschillen tussen verloskundige groepen systematisch in kaart te brengen. En vervolgens na te denken hoe de geboortezorg te verbeteren door de intraprofessionele samenwerking te optimaliseren. Misschien dat dan de grootste bedreiging voor verloskundigen uiteindelijk niet de verloskundige zelf meer is.

Marlies Rijders is onderzoeker TNO

marlies.rijnders@tno.nl