Wachten en kijken als kern van het vak

Auteur
Annemiek Verbeek
Editie
2017;06
Categorie
Overig
Download pdf
Print artikel
Wachten en kijken als kern van het vak
Samen zitten ze ruim tachtig jaar in het vak. Hoe kijken Jeanine van der Ven (61) en Elien Tap (62) aan het einde van een bewogen jaar terug op hun veelbewogen carrière? "We zijn een onzekere beroepsgroep geworden."

Zonder enige aarzeling lepelen ze de herinnering op aan de allereerste bevalling waar ze als verloskundige van dienst bij waren, Jeanine van der Ven (61) in Heerlen, Elien Tap (62) in Amsterdam: 30 mei en november 1975. 42 jaar later zitten de twee verloskundigen zusterlijk naast elkaar in de praktijk van Elien Tap in het Gelderse Bemmel, zo'n twintig minuten rijden van de praktijk van Van der Ven in Velp.

Ze kennen elkaar goed: "We werken sinds jaar en dag in dezelfde regio." Duizenden baby's hebben ze in die samengevoegde vierentachtig jaar in hun handen gehad, maar routine? Dat nooit! Jeanine van der Ven: "Elke bevalling is anders. De kunst is ook niet om een kind geboren te laten worden. Maar wachten en kijken. Mensen in hun kracht laten staan, coachen, in het moment de juiste beslissing nemen – dát is wat ons vak zo bijzonder maakt. Je bent als vroedvrouw constant aan het schipperen met wat je ziet. Is dit normaal, past het bij deze vrouw, hoe gaat het ondertussen met de baby, is het nog medisch verantwoord? Dat is een creatief proces waarin je continue honderd procent 'aan' moet staan. Dan op de automatische piloot overstappen is wel het láátste wat je moet doen. Ook niet, juist niet als ervaren verloskundige."

Tweede generatie baby's

Veertig jaar terug was er voor net afgestudeerde verloskundigen geen baan te krijgen, herinnert Van der Ven zich. "Ik ging klinisch werken in Gelderland en later in Noord-Brabant, maar helemaal op mijn plek was ik niet. Toen ik zwanger werd, dacht ik: ik zing het wel even uit op deze werkplek. In die tijd was het óf fulltime werken, óf niet; parttime werken was geen optie. Daarom heb ik na mijn verlof toch ontslag genomen in het ziekenhuis en ben ik als waarnemer gaan werken, had ik toch zeggenschap over mijn werkweek. Ons gezin, ik had ondertussen vier kinderen, vertrok naar Arnhem omdat mijn man daar een baan kreeg. Een verloskundige in de regio zocht waarneming, en zo ben ik blijven hangen. Sinds 2001 heb ik een duo-praktijk in Velp, samen met Josephine van der Heiden."

Van der Ven is een duizendpoot; naast het werk als verloskundige, deed ze wetenschappelijk onderzoek (ze promoveerde in 2015 over de relatie tussen cervixlengte en vroeggeboorte), is ze echoscopist en heeft ze zitting in het Centraal Tuchtcollege.
Elien Tap is al vier decennia vrijwel honkvast werkzaam in deze regio – ondertussen telt de praktijk vijf verloskundigen. Vanwege haar chronische darmziekte is ze al een tijd aan het afbouwen: de ziekte van Crohn gaat slecht samen met het onregelmatige leven van een verloskundige. Tap: "Ik doe versies in de regio Arnhem-Nijmegen, de niet-cliëntgebonden taken van de praktijk en verder nog wat diensten en spreekuren. Mijn werk voor de klachtencommissie van de KNOV, dat ik tien jaar heb gedaan, heb ik een paar jaar geleden al overgedragen. Ja, het is gek, om richting stoppen te bewegen. Ik zit volop in de tweede generatie, de baby's van toen, worden nu zelf ouders. Ik blijf ook zeker betrokken, er zijn genoeg plannen. Alleen is de toekomst van de geboortezorg op dit moment zo onzeker, dat het lastig is echt nieuwe dingen op te starten."

Eigen koers varen steeds lastiger

Ze kijken kritisch naar invoering van integrale geboortezorg, en zeker naar integrale bekostiging, Tap: "Zodra het over geld gaat, heeft de zorg daaronder te leiden, daar ben ik van overtuigd. De zorg in de keten beter op elkaar afstemmen is een prima doel, maar de samenwerking met de ziekenhuizen in de regio is altijd al goed geweest. We hadden hier in Arnhem destijds als een van de eersten een VSV, we hadden goede afspraken, op de werkvloer ging alles op basis van gelijkwaardigheid. Zodra je dat gaat formaliseren en managers en ziekenhuisbesturen erbij worden betrokken, dan is het alsof ze aan de poten van je stoel gaan zagen. Iedereen komt dan vooral op voor zijn eigen belang. Als verloskundige aan tafel met de bestuurders en juristen van een ziekenhuis; dat voelt als een scheve machtsverhouding, bovendien ben je daar niet voor opgeleid."

Van der Ven: "Ik houd mijn hart vast voor het behoud van de thuisbevalling. Veel jonge collega's zijn onzeker; het voelt voor hen niet fijn om in discussie te moeten gaan met de gynaecoloog over het gevoerde beleid. Dat maakt het lastiger autonoom beslissingen te nemen bij een baring, ze verwijzen daarom steeds sneller door. Om in deze tijd als verloskundige te beginnen is een uitdaging. Er zijn steeds meer protocollen en richtlijnen. En dat is logisch, enerzijds om afspraken te maken over wat wij allen onder goede zorg verstaan en anderzijds om de risico's in kaart te brengen en te verkleinen voor een zo optimaal mogelijke uitkomst. Gemotiveerd afwijken van een protocol mag en kan, maar dat moet wel open besproken kunnen worden en niet voelen als het afleggen van verantwoording."

Buiten de richtlijnen

Tap: "Toen ik begon, kwam er wel eens een 'gemiste' stuit thuis voor, of werden we geroepen bij vrouwen met een sectio in de anamnese die te snel bevielen om nog naar het ziekenhuis te gaan. Indicaties zijn veranderd, een vrouw met een iets te hoge BMI is al een reden voor verwijzing. Maar dat betekent niet dat er in dit geval per definitie sprake is van een hoog risico en de bevalling niet meer veilig thuis zou kunnen. Hoe meer richtlijnen er zijn, hoe sneller je in de praktijk ook eens buiten die richtlijnen terechtkomt, dat kan haast niet anders. Dan is het fijn als je daar met zowel andere verloskundigen als ook met artsen open over kunt praten: waarom heb je in dit specifieke geval die keuze gemaakt? Wat kunnen we van elkaar leren? Die wederzijdse interesse in elkaar, dat wordt minder."

Veranderingen in zowel werkcultuur als praktijk kunnen soms botsen, hebben beide verloskundigen in hun nevenfunctie ervaren, Tap als functionaris in de klachtencommissie van de KNOV en Van der Ven in het Centraal Tuchtcollege. Van der Ven: "Elke zaak is heftig voor zowel collega als cliënt en heeft een enorme impact. Soms wordt de zaak veel besproken, zowel onder collega's als in de media, en heeft het zijn weerslag op de hele beroepsgroep. Lang niet altijd zijn de overwegingen die tot een oordeel leiden voor buitenstaanders bekend en dat zorgt soms voor onbegrip en twijfel aan de juistheid van de beslissing. Dat maakt het wel eens moeilijk. Onze intentie bij elke klacht of zaak is telkens om te leren en zo betere zorg te bewerkstelligen."

Basisvertrouwen

Bevallen is een hele klus, maar wel een waarvoor het vrouwenlijf gemaakt is. Dat basisvertrouwen, zeggen zowel Van der Ven als Tap, ontbreekt bij steeds meer zwangeren en hun omgeving. Tap: "Veel zwangeren tolereren tegenwoordig helemaal geen pijn. Het gevoel dat er in je lijf van alles gebeurt waar je niet de volledige controle over hebt, dat trekken ze niet. Het onvoorspelbare van een bevalling vinden ze heel moeilijk."

Van der Ven: "Iemand die de Alpe d'Huez op fietst en met zijn tong op zijn knieën boven aankomt, die krijgt een daverend applaus. Door die pijn heengaan, met de finish in zicht, dat geeft een enorme boost zelfvertrouwen. Tijdens de zwangerschap willen vrouwen nog geen paracetamol slikken, maar tijdens de bevalling is die standvastigheid verdwenen. Het is voor mij een voordeel in een kleinere praktijk de zwangere goed te kennen en vrijwel altijd bij haar te kunnen blijven als het zover is. Ik zie mezelf als een levende pijnstiller; er is zoveel dat we kunnen doen om het de vrouw comfortabeler te maken. Je bent coach, ondersteuner, promotor, stimulator, procesbewaker, kortom: je bént er gewoon. Binnen een relatie werkt het ook emancipatoir; als partners gezien hebben wat hun vrouw voor elkaar gekregen heeft, is er een verdieping in de relatie. En vrouwen voelen zich sterker in de schoenen staan, het vormt het fundament voor het ouderschap."
Tap: "Als jij aan een uitdaging begint, en iemand zegt aan het begin meteen dat je het niet gaat halen, dan sta je direct met 1-0 achter. Het is aan ons als verloskundige om dat basisvertrouwen, bij de vrouw, maar zéker ook bij haar partner, te herstellen en te vergroten. Als dat lukt, dan is dat geweldig. Dan wordt een bevalling iets om naar uit te kijken."

Hart onder de riem

Aan wie geven ze het stokje door als ze over een paar jaar de verloskunde vaarwel zeggen? De maat van Van der Ven gaat volgend jaar met pensioen, er is nog geen vervanger. "Voorlopig neem ik nog geen definitieve beslissing. Er is wel een fijne waarnemer, maar zij is net zelf bevallen." Tap ziet voor zichzelf zeker een rol als mentor voor jongere collega's.

Voorlopig blijven ze actief en betrokken. Het gedoe rondom de NZa-tarieven, integrale zorg, negatieve berichtgeving over verloskundigen: het gaat ze allemaal niet in de koude kleren zitten. Van der Ven: "Ik wil de nieuwe generatie verloskundigen een hart onder de riem steken, ze stevig vastpakken en zeggen: 'Laat je niet gek maken, geloof in wat je doet en durf daar ook voor op te komen! Er is toekomst voor de zelfstandige, autonome verloskundige als spil in de geboortezorgketen, maar dan moeten jullie wel aan de bak'."