Verbinding voor veiligheid van het kind

Auteur
Laura Jansma
Editie
2017;06
Categorie
Overig
Download pdf
Print artikel
Sommige zwangeren hebben zeer intensieve ondersteuning nodig om hun kind veilig te kunnen grootbrengen. Binnen VSV de Slinge worden deze vrouwen opgevangen bij de poli Kwetsbare Zwangeren in het Slingeland Ziekenhuis te Doetinchem. Deze poli vormt de spil in de zorg voor kwetsbare zwangeren binnen het VSV en verlaagt de drempel naar meer samenwerking tussen eerste en tweede lijn.

"Al lang zochten wij naar een manier om deze zorg vorm te geven", vertelt Eveline Tepe, gynaecoloog in het Slingeland Ziekenhuis. Samen met klinisch verloskundige Marieke Peulers zette zij zich in voor de totstandkoming van netwerkzorg voor kwetsbare zwangeren.

Hun inspiratiebron was de netwerkzorg rond parkinsonpatiënten van hoogleraar neurologie in Nijmegen, Bas Bloem. Tepe: "Bij netwerkzorg tuig je de benodigde zorg samen op rond de individuele patiënt. Belangrijk is dat de zorg dichtbij de aanstaande moeder staat en doorloopt als de verloskundige zorg voorbij is."

In 2014 opende de poli Kwetsbare Zwangeren haar deuren. Deze poli is bedoeld voor zwangeren met complexe problemen, zoals psychiatrische of psychosociale problematiek, verstandelijke beperking of middelengebruik. Ook zwangere tieners kunnen tot de doelgroep behoren. "Als je niks doet, gaat het bij veel van deze moeders mis. Ik wil ze een eerlijke kans geven om hun kind zelf groot te kunnen brengen", zegt Peulers. Het vormde haar drijfveer om de masteropleiding 'Physician Assistant-Klinisch Verloskundige' te doen en van kwetsbare zwangeren haar specialisme te maken.

"De eerste jaren was het pionieren", vertelt ze lachend. "We bouwden een netwerk op, waardoor de contacten met JGZ, de sociale teams van de gemeente, verslavingszorg en huisartsen heel gemakkelijk verlopen. Deze heterogene groep zwangeren heeft een individuele aanpak nodig. Door de expertise te bundelen kun je goede zorg bieden." Peulers is blij dat ze sinds kort wordt bijgestaan door klinisch verloskundige Yvonne Kox.

De eerstelijns verloskundigen van VSV de Slinge verwijzen vrouwen naar de poli. Deze zwangeren komen in beeld bij de gezamenlijke intakebespreking, waarin alle zwangeren van het VSV worden besproken. Ook huisartsen verwijzen direct naar de poli. "Niet iedere kwetsbare zwangere bevalt in het ziekenhuis", haast Peulers zich te zeggen. "We zagen steeds meer verwijzingen vanuit de eerste lijn, maar mooi is dat we ook steeds meer terugverwijzen. Ik richt mij vooral op het neerzetten of verstevigen van het netwerk van zorg rond een zwangere. Met als doel: de veiligheid van de pasgeborene te vergroten."

Bernadette Raterink erkent dat het niet makkelijk was om deze taak los te laten: "Als eerstelijns verloskundigen voelden wij ons ook verantwoordelijk voor deze zwangeren. Tegelijk was duidelijk dat we in tijdgebrek kwamen, want deze zorg is heel intensief en er is geen vergoeding voor."

Een plan maken

Als de zwangere in de tweede lijn blijft heeft ze bij de poli om en om te maken met Peulers en haar 'eigen' gynaecoloog. "Ik heb meer tijd om aan de vertrouwensband te werken en voor gesprek", vertelt Peulers. Aan het begin van de zwangerschap brengt zij de hulpverlening in kaart waarvan de aanstaande moeder en vader eventueel al gebruikmaken. "Samen met de aanstaande ouders bekijk ik of de zorg voldoende is om straks goed voor de baby te kunnen zorgen. Ik vraag altijd een prenataal huisbezoek aan van de jeugdgezondheidszorg. Ook overleg ik met de andere betrokken zorgverleners en huisarts. Waar nodig zetten we extra zorg in."

Peulers maakt verbinding met de wijkzorg. "Voor iedere zwangere stellen we een casemanager aan, dat is vaak een buurtcoach of maatschappelijk werker uit het Sociaal Team. Deze coördineert de hele zorg rondom de zwangerschap, maar ook daarna."

In verband met een verstandelijk beperkte zwangere met verslavingsproblemen en schulden had Peulers bijvoorbeeld kortgeleden te maken met Sanne Jansen, jeugdgezinswerker in Doetinchem: "Ik werk met gezinnen die problemen hebben met de opvoeding in combinatie met complexe problemen, zoals verstandelijke beperking, psychiatrische problemen, verslaving en schulden. Ik ben verantwoordelijk voor de hulp die het gezin ontvangt en voer de regie. Voor het gezin ben ik het vaste aanspreekpunt." Peulers: "De samenwerking met Sanne en haar collega's is enorm waardevol. Zij weten vaak al veel over wat zich in een gezin afspeelt. Ze weten welk budget voor zorg er is. Ze zijn daadkrachtig en sterk in gespreksvoering: ze winnen het vertrouwen, maar gaan confrontaties niet uit de weg."

Om de tafel

"Als we problemen voorzien of de zorg mogelijk niet toereikend is, dan gaan we met de ouders en alle relevante professionals om de tafel", vertelt Peulers. Zo'n multidisciplinair overleg (MDO) wordt georganiseerd door de casemanager. De bedoeling is om tot een plan van aanpak te komen en afspraken te maken over ieders aandeel daarin.

Voor de eerdergenoemde zwangere met verslavingsproblemen organiseerde Jansen kortgeleden een MDO. Naast de moeder, Peulers en Jansen zaten de JGZ-verpleegkundige, de ambulant begeleider en de verslavingszorg aan tafel. Jansen: "De veiligheid van het kind staat voorop: deze moeder kan niet alleen voor het kind zorgen. Zodra de baby geboren is, gaan ze daarom een half jaar naar het Moeder-Kind-huis."

Voor de dertigste week van de zwangerschap wil Peulers 'het plannetje' rond hebben. Ze schrijft dan een brief aan de huisarts, eerstelijns verloskundige, kraamzorg, jeugdgezondheidszorg en kinderartsen. Daarin vermeldt ze de bijzonderheden van de zwangerschap en beschrijft ze de netwerkzorg die in het gezin is georganiseerd. "Ik merk dat deze brief erg wordt gewaardeerd." Na de bevalling informeert Peulers de betrokken zorgverleners.

De zorg naadloos overpakken

"Het is fijn dat er vanuit ons VSV veel aandacht is voor kwetsbare zwangeren", vindt Chedli Bolte regiomanager Naviva Kraamzorg. "En dan bedoel ik niet alleen op papier, maar ook praktisch. We hebben goede afspraken en korte lijnen."

Bolte is lid van de werkgroep kwetsbare zwangeren, waarin alle ketenpartners van het VSV vertegenwoordigd zijn. Naast zorgpaden ontwikkelde de werkgroep praktische tools, zoals een gedetailleerde sociale kaart en een observatielijst van ouderschapsvaardigheden. Ook organiseerden ze een cursus voor het herkennen en bespreekbaar maken van laaggeletterdheid.

"We zijn over en weer betrokken en leveren dezelfde zorg", zegt eerstelijns verloskundige Raterink. "De samenwerking is heel prettig. Op de dag van thuiskomst, kunnen wij de zorg naadloos overpakken. We gaan bij deze kraamvrouwen om de dag langs. Nog in de kraamweek dragen wij over aan de jeugdgezondheidszorg."

Regiomanager kraamzorg Bolte: "Als wij van Marieke horen dat een jonge moeder er alleen voor staat, of dat er sprake is van huiselijk geweld en middelengebruik, dan kunnen wij daarop inspelen. We sturen daar een stevige kraamverzorgende naartoe."

Bij de zwangeren van VSV de Slinge zijn twee vaste intakeconsulenten betrokken. Bij kwetsbare zwangeren gaan zij rond de 28ste week op huisbezoek, ook als het om een tweede of derde kindje gaat. "Als wij bij een standaard intake zien, dat de leefsituatie erg ongezond is voor een kind dan geven we dit door aan Marieke en andere betrokken collega's binnen het VSV."

De jeugdverpleegkundige komt op de achtste dag, als de kraamverzorgende er nog is. Peulers: "Mensen vinden deze warme overdracht prettig, het komt op hen over als een geoliede samenwerking." Jeugdverpleegkundige Greetje Ebbers: "Sinds mei bieden wij vanuit de jeugdgezondheidszorg VoorZorg aan, een preventief ondersteuningsprogramma voor jonge, en laagopgeleide vrouwen die zwanger zijn van hun eerste kind (www.ncj.nl/voorzorg). Deze interventie versterkte de samenwerking met de poli. Wij hebben geregeld overleg en terugkoppeling met Marieke."

Vrucht van samenwerking

Hoewel de poli een initiatief is van de tweede lijn en door het ziekenhuis wordt gefinancierd, ziet eerstelijns verloskundige Raterink deze als een vrucht van het VSV. "Ik ben er trots op dat we dit hebben bereikt. We doen dit samen voor de zwangere." Gynaecoloog Tepe vindt dat de poli uitgaat van 'de VSV-gedachte': "In de zorgpaden is mooi uitgewerkt wat ieders aandeel is." De poli verlaagde de drempel naar meer samenwerking tussen eerste en tweede lijn, vindt Peulers. "Het was een idee vanuit de tweede lijn, maar het blijkt de integrale samenwerking ten goede te komen. Iedereen vindt het fijn dat er één aanspreekpunt is."

Wat loopt nog minder goed? Peulers: "Het lijntje tussen de sociale wijkteams en de jeugdgezondheidszorg loopt vaak via mij. Ook is de documentatie in het Elektronisch Patiënten Dossier voor verbetering vatbaar."

Jansen kaart een dilemma aan: "Het is vaak niet wenselijk dat deze vrouwen opnieuw zwanger raken. Ik zou willen dat we dit dilemma ook aanpakken vanuit de gezamenlijke zorgverlening. We moeten met kwetsbare moeders openlijk durven praten over kinderwens, sterilisatie en anticonceptie." Volgens Peulers is dit 'het volgende punt op de agenda'.

Volg VSV de Slinge

Het Tijdschrift voor Verloskundigen volgt de ontwikkelingen van VSV de Slinge in Doetinchem op weg naar meer samenwerking en integrale zorg. We doen verslag van de stappen die het VSV de komende tijd zet, inclusief obstakels en successen. Herkent u de ontwikkelingen in Doetinchem en omgeving? Wat valt u op? Wat doet u anders? Deel uw ervaringen met ons. Stuur een mail naar tvv@knov.nl of discussieer mee op onze FB-pagina