Cliëntencolumn: Vrouwen zijn toch geen gansjes

Auteur
Renske Verheul
Editie
2018; 01
Categorie
Opinie
Download pdf
Print artikel
De gynaecoloog en ik voerden twee gesprekken na de onvrijwillig gemedicaliseerde bevalling van mijn tweede. We stonden in die nagesprekken lijnrecht tegenover elkaar. Ik woedend, hij verongelijkt. Hij bleef het ziekenhuisprotocol verdedigen om mij met mijn kerngezonde kindje in te leiden met 38 weken. Ik werd behandeld als een pionnetje op een ganzenbord aan wie niet werd gevraagd wat ík eigenlijk wilde: je staat op vakje 42?

Dan kom je in het doolhof terecht. In feite was het allemaal zo nieuw en absurd voor mij dat ik het amper serieus nam. Dat ctg, daar was ik nog helemaal niet over uit of ik dat wel wilde. Ik zette op een voorname plek in mijn geboorteplan dat ik er nog geen fiat aan had gegeven. Maar wat zou het wat ík wilde? De gynaecoloog had het in de zwangerschapskaart gezet, en dus werd het bij de uiteindelijke bevalling hersenloos aan me opgedrongen in het ziekenhuis, ondanks herhaaldelijk protest.

Het is best typisch dat zwangeren of barenden op deze manier (want ik ben natuurlijk lang niet de enige die zoiets overkomt) dingen worden opgedrongen waar ze helemaal niet voor hebben gekozen.

Toevallig weet ik dat die gynaecoloog een motorrijder is. Hij valt in de demografie die de meeste kans heeft op een ernstig motorongeluk. Volgens recente cijfers van SWOV (Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) is van de overleden motorrijders 98 procent man en 30 procent tussen de 40 en 49 jaar. Motorrijders hebben per afgelegde afstand een 30 keer zo grote kans om in het verkeer te overlijden als automobilisten. Oftewel, waarom stapt die man niet onmiddellijk van zijn motorfiets? Het risico is ENORM. Ik zou zeggen: het is een hoogrisicomotorrijder.

Dus wat maakt nou dat hij zonder protest op zijn motor kan stappen, en ik het niet voor elkaar kreeg om in de eerste lijn in alle rust thuis te baren? Komt het door die baby die ik in mijn buik had?
Een verkeersdeelnemer heeft echter nog veel meer mensenlevens om rekening mee te houden en die krijgt die verantwoordelijkheid wél toebedeeld. In de geboortezorg wordt die verantwoordelijkheid vaak bij de zorgverlener gelegd en bij de barende weggehaald.

We zouden dat niet dúrven met een 45-jarige mannelijke motorrijder. In een risicogroep vallen is namelijk geen excuus om iemand bij voorbaat al van de weg te halen. Zo maakbaar is het leven ook niet; het gaat om een hogere káns op een ongeluk, en niet om een ongeluk dat bij voorbaat al vaststaat. We geven verkeersdeelnemers de vrijheid om daar vanuit eigen verantwoordelijkheid mee om te gaan. Terecht.

Dus stel ik voor dat we stoppen met twee maten te meten, en dat de zwangere die een vbac wil, thuis, daarin gewoon gefaciliteerd wordt. Dat de zwangere die over de 42 weken heen gaat en niet wil inleiden of andere ongein aan haar lijf wil, gewoon begeleid wordt in plaats van dat een verloskundige haar handen van haar aftrekt. Dat de zwangere die een kind in stuit draagt, en het thuis wil doen, de kans krijgt dit te doen (het is maar een greep uit de dagelijkse verhalen op GeboorteBeweging). Ze zijn allemaal net zo volwassen als een 45-jarige mannelijke motorrijder. Laat ze niet eindigen op vakje 31: in de put.

En o ja, je bent dus niet beslissingsbevoegd over het lichaam van een ander.

Renske Verheul is moeder van twee kinderen (2 en 3 jaar) en actief binnen Geboortebeweging.