Promotie: Tevreden ondanks hogere werkdruk

Auteur
Catja Warmelink
Editie
2018; 04
Categorie
Wetenschap
Download pdf
Print artikel
Nederlandse verloskundigen zijn de afgelopen jaren meer uren gaan werken. Deze extra uren worden vooral besteed aan niet-cliëntgebonden werkzaamheden. Dit zijn bevindingen uit het promotieonderzoek van Catja Warmelink. Zij onderzocht het werk van Nederlandse verloskundigen in een organisatorisch veranderend verloskundig systeem. Ondanks de hoge werkdruk, zijn Nederlandse verloskundigen tevreden over hun werk.

Waarom dit onderzoek?

Vanuit internationaal gezichtspunt is de organisatie van verloskundige zorg in Nederland uniek, onder meer door het echelonsysteem waar eerstelijns verloskundigen als zelfstandige medische professionals werken, en door het relatief hoge aantal thuisbevallingen. Het echelonsysteem staat onder grote druk om te veranderen naar een meer geïntegreerd zorgsysteem.

Het doel van dit promotieonderzoek is onder andere het in kaart brengen van het werk van de eerstelijns verloskundige zorg in Nederland, als een soort historische momentopname. De studie wil inzicht geven in de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt van eerstelijns verloskundigen en in de samenwerking met andere professionals. De onderzoeksvragen waren: Waaruit bestaat het werk van de eerstelijns verloskundigen en hoe groot is hun werklast? Wat zijn hun carrièreplannen en zijn deze verloskundigen van plan om in de eerste lijn te blijven werken? Hoe zien de samenwerkingsrelaties met andere disciplines eruit?

De resultaten van dit proefschrift maken het mogelijk wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken ten aanzien van de toekomstige organisatie van zorg. Het proefschrift beschrijft veranderingen in de geboortezorg vanuit het gezichtspunt van eerstelijns verloskundigen en verloskundigen in opleiding. Welke aspecten moeten volgens hen behouden blijven in welke organisatievorm dan ook?

Wat zijn de belangrijkste resultaten?

De hoge werktevredenheid laat zien dat verloskundigen gesteld zijn op hun werk in het Nederlandse echelonsysteem. Ondanks onzekerheden over de toekomst, is de meerderheid van de verloskundigen van plan om te blijven werken in de eerste lijn. 'Werktevredenheid' is hierbij een belangrijke voorspeller. Hoewel eerstelijns verloskundigen in het onderzoek een hoge werktevredenheid laten zien, ervaren zij ook een hoge werkdruk. Eerstelijns verloskundigen werkten in 2010 gemiddeld meer uren dan in 2001 en 2004. Zij besteedden deze extra uren in toenemende mate aan niet-cliënt-gebonden werkzaamheden, zoals vergaderingen en administratie. Dit werd soms benoemd als 'rompslomp' en 'organisatorisch gedoe'. Het contact met niet-artsen (klinisch verloskundigen en kraamzorg(aanbieders)) werd hoger gewaardeerd dan het contact met artsen (huisartsen, gynaecologen en kinderartsen).

Respectvolle communicatie, gedeelde informatie en - activiteiten zijn onder meer essentiële aspecten die van belang zijn voor een succesvolle samenwerking. 'Cliëntgerichte zorg' en 'het behoud van de fysiologische benadering van zwangerschap en geboorte' moeten volgens de onderzochte verloskundigen en studenten behouden blijven in welke organisatievorm dan ook.

Wat zijn de discussiepunten?

Voor het promotieonderzoek is onder meer gebruik gemaakt van gegevens van de DELIVER-studie uit 2010. Meer dan de helft van de verloskundige praktijken die benaderd waren om mee te doen met de DELIVER-studie, hadden afgezegd, voornamelijk vanwege tijdgebrek. Het is mogelijk dat er daarom een ondervertegenwoordiging van 'overwerkte' eerstelijnsverloskundigen is in het onderzoek. Verder deden er geen solopraktijken mee. Wellicht hebben deze verloskundigen een ander kijk op thema's als werktevredenheid, werklast en samenwerking.
Een belangrijk drijfveer achter de verandering in de organisatie van de zorg was de vermindering van de babysterfte in Nederland. De waarde van het gebruik van dergelijke zeldzame gebeurtenissen als indicator voor de kwaliteit van zorgverlening is echter discutabel. Volgens de geïnterviewde studenten kunnen de babysterftecijfers beter dienen als startpunt voor diepgaand onderzoek dan het radicaal omgooien van een zorgsysteem. De implementatie van een nieuw geboortesysteem kan alleen succesvol zijn wanneer alle stakeholders dit ondersteunen. Catja Warmelink pleit ervoor om de invalshoeken en voorkeuren van álle belanghebbenden te onderzoeken, ook die van studenten en cliënten.

Wat is de relevantie voor verloskundigen?

De DELIVER-studie is de eerste landelijke studie naar de organisatie van de unieke Nederlandse geboortezorg en heeft een gedegen en gedetailleerd beeld van de eerstelijns verloskundige zorg opgeleverd. Er wordt veel gezegd en geschreven over de verloskundige zorg in Nederland en over het unieke, maar in de ogen van sommigen achterhaalde, echelonsysteem. Met behulp van wetenschappelijk gegevens uit dit proefschrift kunnen sommige standpunten in die discussie onderbouwd worden.
Op basis van de resultaten in dit proefschrift wordt aangeraden om eerstelijns verloskundigen een centrale rol te laten spelen in het coördineren en integreren van de geboortezorg, vanwege hun cliëntgerichte zorg en fysiologische benadering.

Wat is de toekomst van dit onderwerp?

De onderzoeksgegevens van het proefschrift komen voornamelijk uit 2010 en dus vlak voor de discussies rondom het mogelijk invoeren van integrale geboortezorg. De tijd heeft ondertussen niet stil gestaan en de ontwikkelingen in de geboortezorg gaan door. Zo worden inmiddels in diverse regio's verschillende organisatievormen overwogen en geïmplementeerd, zoals samenwerking binnen de eerste lijn, het aanbieden van groepsconsulten of het begeleiden van medium-risk zwangerschappen en bevallingen door eerstelijns verloskundigen. Het is daarbij van belang om de werktevredenheid van verloskundigen en hun carrièreplanning te blijven evalueren, om de toekomstige arbeidsmarkt goed te kunnen inschatten zodat kwalitatief goede geboortezorg blijvend kan worden gegarandeerd.

Het proefschrift & de Promotie

Catja Warmelink

Opleiding

Psychologie Rijksuniversiteit Groningen

Proefschrift

The organisation of midwifery care in the Netherlands

Promotor

Prof. dr. E.K. Hutton,

Copromotoren

dr. T.P. de Cock en dr. T.A. Wiegers.

Promotiedatum

24 mei 2017

Universiteit en afdeling:

Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit der Geneeskunde (sept 2011-dec 2016). Het onderzoek werd gefinancierd door Verloskunde Academie Amsterdam Groningen (AVAG).

Motivatie

Naast mijn docentschap vond ik het leuk om mij tijdens het promotietraject vast te bijten in één onderwerp en dat tot op de bodem uit te zoeken. Ik houd van analyseren, verbanden leggen, schrijven en presenteren. Daarnaast vind ik het belangrijk dat ik heb bij kunnen dragen aan de kwaliteit van de geboortezorg in Nederland en aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke fundering van de verloskunde.

Na de promotie

Na mijn promotie ben ik psychologie-docent gebleven aan de Verloskunde Academie in Groningen en begeleid ik studenten bij onder meer hun studieloopbaan en onderzoeksstage. Mijn huidige interesses liggen bij zwangerschap na vruchtbaarheidsbehandelingen en de empowerment van zwangere vrouwen en hun zorgverleners. Ik hoop een onderzoekslijn op te zetten rondom empowerment van zwangere vrouwen in Noord-Nederland die in kwetsbare situaties leven, zodat zij meer regie over hun eigen gezondheid, zwangerschap en leven kunnen nemen, dat vervolgens ten goede komt aan hun kinderen.

Het proefschrift van Catja Warmelink is te vinden via : http://dare.ubvu.vu.nl/handle/1871/55248