Eerst eigen toko, dan de rest. Verloskundig-coaches helpen in de praktijk

Auteur
Annemiek Verbeek
Editie
2018; 06
Categorie
Overig
Download pdf
Print artikel
Eerst eigen toko, dan de rest. Verloskundig-coaches helpen in de praktijk
Een relatief jonge coöperatie met tien eerstelijns praktijken én wrijving met de tweede lijn: in regio Het Gooi konden ze wel wat hulp van buitenaf gebruiken. Een verloskundig-coach bood soelaas. "Onduidelijkheid leidt tot verwarring en minder onderling vertrouwen."

"Onze coöperatie is met drie jaar vrij jong en we bleven intern tegen dingen aanhikken. Zitten we op het goede spoor? Kan de organisatie niet logischer? Op dat soort vragen is het lastig antwoord geven als je er zelf middenin zit", zegt Charlotte Jacques- Göttgens, eerstelijns verloskundige bij het Geboortehuis in Bussum en voorzitter van de coöperatie Geboortezorg Gooi en Omstreken (GGeO).

Toen ze las dat er een groep verloskundigen via de KNOV een speciale coachingsopleiding gevolgd had om collega's bij dit soort problemen bij te staan (zie kader), was de beslissing snel gemaakt. Jacques-Göttgens: "Een buitenstaander ziet dingen waar je zelf een blinde vlek voor hebt. Dat deze coaches ook zelf als verloskundige werken, vind ik een groot voordeel. Zij kennen de vaak ingewikkelde dynamiek waarbinnen we ons werk moeten doen."

Dat laatste is volgens coach Simone Vankan-Buitelaar, die door de coöperatie uit het Gooi ingeroepen werd, een grote meerwaarde. "Als verloskundigen hebben we zelf een sterke, intrinsieke motivatie om de beroepsgroep verder te helpen. Een coach die verder niks met het vak heeft, zal vast ook goede dingen zeggen en doen, maar die heeft persoonlijk geen binding en is dus toch anders betrokken."

Vankan-Buitelaar, verloskundige in de regio Utrecht, deed het coachingstraject samen met collega verloskundig-coach Myrna Knol. "Mijn eigen VSV loopt soepel, maar ik hoor natuurlijk verhalen uit regio's waar dat niet zo is. Uiteindelijk spelen overal dezelfde thema's, al zal het accent per regio verschillen. Hoe bewaren we eenheid? Hoe laten we een duidelijk geluid horen binnen de keten? Iedereen is zoekende. Bijna zeventig procent van de cliënten komt op enig moment in zorg in het ziekenhuis, of dat nou voor een eenmalig consult of overdracht is. Dan is het wel zo fijn als daar duidelijke afspraken zijn en dat je je als verloskundige gewaardeerd en gerespecteerd voelt. Het is mooi om als coach op deze manier bij te dragen aan een betere samenwerking."

Impasse doorbreken

Dat laatste was ook in het Gooi een urgent vraagstuk. Niet alleen intern, maar misschien nog wel meer naar buiten toe. De relatie met het ziekenhuis staat er al tijden onder spanning. Het lukt de eerstelijns verloskundigen niet om de impasse te doorbreken. Jacques-Göttgens: "Tien jaar geleden zijn er twee ziekenhuizen gefuseerd. Tot die tijd werkte het ene ziekenhuis met de landelijke standaard en het andere ziekenhuis met een 'verlengde arm' constructie. Daar maakten de eerstelijns verloskundigen alle bevallingen af, ook die met een medische indicatie. Na de fusie werd besloten om de landelijke standaard aan te houden en te gaan werken met klinisch verloskundigen op de verloskamers. Dat was voor een deel van ons slikken. Tijdens het dagelijkse werk gaat de samenwerking prima, maar op beleidsniveau is er sindsdien spanning. De meeste zorgverleners weten niet eens meer waar die spanning ooit vandaan gekomen is. Het is nooit goed opgelost en het blijft dus hangen, ondanks dat er al veel nieuwe mensen op de werkvloer gekomen zijn. We hoopten dat het coachingstraject ons handvatten zou geven de impasse te doorbreken."

Plan. Do. Act.

Elke coachingsvraag die bij de KNOV binnenkomt is anders en elke coach heeft ook weer haar eigen aanpak. Coach Vankan-Buitelaar: "Als coach reik je alleen dingen aan, de groep moet ermee aan de slag. Die rol was in het begin wennen, ik ben geneigd dingen te regelen en op te lossen. Maar als oplossingen uit de groep zelf komen, worden ze meer gedragen en uitgevoerd."

Grosso modo komt de coach drie dagen naar de verloskundigen in de regio. In de eerste bijeenkomst staan de visie en missie centraal. De verloskundigen buigen zich over de vraag of de huidige visie en missie nog wel voldoen. Zo niet, wat zou dan versie 2.0 moeten zijn? "We hadden een hele brede en algemene visie en missie", zegt Charlotte Jacques-Göttgens. "Die hebben we in die eerste dag gedownsized en veel concreter gemaakt. Daardoor is ie nu veel krachtiger en kunnen we er ook echt wat mee. Als we knopen moeten doorhakken, grijpen we er ook op terug. Een heldere visie en missie maakt veel sneller duidelijk of nieuw plannen of voorstellen daarbij passen.

De missie luidt: 'Wij, de tien verloskundigenpraktijken van GGeO werken samen en bundelen onze krachten zodat wij in staat zijn om proactief de fysiologie te bewaken en te bevorderen in de zorg die wij bieden dichtbij onze cliënten.'

Na deze eerste stap volgde stap twee: de interne organisatie. Vankan-Buitelaar: "Er was in Het Gooi wel een coöperatie, maar de verwachtingen, rollen en verantwoordelijkheden waren niet duidelijk. Als je weet wat een voorzitter of een secretaris doet en wat haar verantwoordelijkheden zijn, is het ook helder wat je kunt doen om haar in die rol te ondersteunen."

De coöperatie maakte van alle functies een profiel. Jacques-Göttgens: "Dat gaf structuur en overzicht. Als de structuur chaos is, is het ook lastig bepalen wie wat doet en wie er een mandaat heeft om beslissingen te nemen. Onduidelijkheid leidt tot verwarring en minder onderling vertrouwen, en dat maakt je een minder sterke partij naar buiten toe."
In de derde bijeenkomst werd er een concrete actielijst gemaakt, met haalbare doelen. "We hadden al zo vaak geprobeerd gezamenlijke protocollen te maken, maar telkens strandde dat vlak voor de finish. Ons doel: voor het einde van het jaar tenminste twee geïmplementeerde protocollen. Inmiddels hebben we de lat wat hoger gelegd en streven we naar zes goedgekeurde protocollen aan het eind van dit jaar."

Laaghangend fruit

Met het stellen van die doelen namen de verloskundigen het heft weer in eigen hand. Jacques-Göttgens: "Wij vinden het belangrijk dat we het voor elkaar krijgen een aantal protocollen te gaan vormgeven met elkaar. Het was voor ons niet meer acceptabel dat er halve protocollen op de plank bleven liggen. Door deze wens heel duidelijk te communiceren, kwam er ook weer beweging van de andere kant. Nu zijn er twee protocollen goedgekeurd, namelijk zorgvragen buiten de VIL en retentio placetae. Toegeven, dit was laaghangend fruit, omdat die al in vergaand stadium waren, maar dat maakt niet uit. We willen elke stap voorwaarts vieren als een succes. Ook een derde protocol over huisbezoek is op een haar na af, daar puzzelen we nog over de financiën. Maar dat we het ook daar zorginhoudelijk eens zijn geworden, is echt geweldig."

Er is dus reden voor optimisme. Voorzichtig optimisme, benadrukt Jacques-Göttgens. "In de basis willen we hetzelfde, alleen zijn we het vaak niet eens over de weg daar naartoe. We gaan in januari weer om de tafel, dus daarin is er echt wel wat veranderd."
Ook binnen de coöperatie heeft het coachingstraject voor meer verbondenheid en samenhorigheid gezorgd, al is ook daar nog ruimte voor verbetering. Jacques-Göttgens: "Dat is een proces, niet zo maar een knop die je even omzet. Dat we ons nu bewust zijn van onze valkuilen, is al een enorme vooruitgang. Vanuit dat punt ontstaat vanzelf verandering, al moeten we daar wel echt keihard aan blijven werken allemaal. Maar die bereidheid is er zeker."

Kader: Verandering in goede banen

In het voorjaar van 2016 volgden zestien verloskundigen de training 'Businessmodellen integrale zorg' via Nyenrode Business Universiteit om collega's te ondersteunen bij het vormgeven van integrale zorg. De vraag naar deze opgeleide verloskundig-coaches neemt steeds toe. Carola Groenen, die het coachingsproject vanuit de KNOV coördineert: "De vragen aan de coaches variëren van hulp bij het opstellen van een gemeenschappelijke visie, tot steun bij het beter samenwerken of het concreet uitwerken van onderwerpen of knelpunten. De regio's die een coach in de hand namen, zijn positief. Er spelen op dit moment grote dingen in het werkveld, dus het gevoel van urgentie neemt toe. Een relatieve buitenstaander ziet dingen vaak net wat helderder. Zij helpt de verloskundigen een verandertraject in goede banen te leiden. Dat is niet altijd makkelijk, de groep is vaak divers en daarom is stap één om als verloskundigen binnen een coöperatie of kring aan eenheid te werken. Pas daarna kan je ook als sterke partij naar buiten treden."

Meer informatie: www.knov.nl/samenwerken

Annemiek Verbeek is freelance journalist