Geloof, hoop en liefde

Editie
2018; 06
Categorie
Overig
Download pdf
Print artikel
Verwondering, betrokkenheid en fascinatie voor de partus. Dát verbindt verloskundigen waar ook ter wereld, in welke lijn dan ook. Als het weer eens alleen maar lijkt te gaan over integrale financiering, meer richtlijnen, onrust in de vereniging en nog meer vergaderingen is er altijd weer het geloof, de hoop en liefde, de basis van ons vak, van ons bestaan.

Dankbaarheid

De zon komt op boven de nog bijna verlaten straten in Almere. We zitten zwijgend naast elkaar in de auto, ieder verzonken in haar eigen gedachten.

Het enige geluid komt van de achterbank. Uit de maxi-cosi klinkt eerst gehuil, later wordt het rustig.

"Ze slaapt" zegt ze tevreden en ze doet ook haar ogen dicht.

Vier uur geleden maakten we deze rit in tegengestelde richting, op weg naar het ziekenhuis.

Ook toen zat ze heel rustig naast me, de weeën opvangend en af en toe glimlachend.

In de negen maanden dat ze bij ons in de praktijk was hebben we haar steeds beter leren kennen. Ze heeft ons verteld over waar ze vandaan komt. Over hoe ze haar familie mist en hoe ze moest wennen aan een vreemd land. Maar vooral over hoe dankbaar ze is dat ze nu hier is. Veilig, met haar zoontje van bijna drie en haar man. Over hoe ze haar zus mist, die in een asielzoekerscentrum in Friesland wacht op haar verblijfsvergunning en hoe ze hoopt dat zij straks bij elkaar in de buurt kunnen gaan wonen. Over het verdriet dat ze heeft om haar moeder, die het niet gered heeft.

De taal beheerst ze net voldoende om dit alles uit te kunnen leggen, maar eigenlijk spreekt ze zonder woorden. Haar ogen zeggen wat ze met woorden niet kan.

We gingen samen naar het ziekenhuis. Er was geen auto en niemand om op haar zoontje te passen. Haar man bleef dus thuis. Ik bewonderde haar kracht en haar vastberadenheid.

Ze was heel rustig en beheerst en ik hoefde eigenlijk niets te doen.

Na afloop vraagt ze: "Zal ik met de bus naar huis?" Ik slik de brok in mijn keel weg. Natuurlijk breng ik haar thuis. Als ik de auto voor de deur stilzet, opent ze haar ogen. "Kan ik nog iets voor je doen?" vraag ik. "Nee, dank je", zegt ze glimlachend. "Ik heb alles."

Nienke Stam

Liefde overwint

Het is nu zo'n negen jaar geleden. Een stel dat al wat ouder was toen ze aan kinderen begonnen, kreeg snel twee meisjes achter elkaar en meldde zich toen voor een nieuwe zwangerschap. Drie kinderen in vier jaar tijd.

Het was een druk gezin, beide ouders werkten veel. Dat straalde ook van de twee dochtertjes af. Als ze voor controle kwamen was de wachtkamer eigenlijk te klein. Als mama met de een bezig was, holde de ander al weer weg en regelmatig vloog de deur van de onderzoekskamer open. Twee wervelwindjes en een stevige bries.

Toen kwam de dag van de bevalling, een forse zoon van ruim vier kilo werd geboren en kwam met een wat gestuwd hoofdje thuis. We gingen er op kraambezoek en alles leek in orde. Hij groeide, was wel wat zwaar en dat woog ook door als je hem vast had. Zij was zo'n moederkloek die de kinderen bij zich in bed nam. De kleine jongen mocht net als de meisjes bij haar liggen in het grote bed. Hij kwam vaak voor de borstvoeding. Wat was ik blij met dat co-slapen achteraf! Het gezin was mooi compleet nu.

Tien dagen later schrok de buurt op van de ambulance en politiewagen. Moeder had haar zoontje naast zich in bed gevonden, zonder ademhaling. Hij was uit het leven gegleden. Natuurlijk begreep ze dat de politie kwam kijken. Het was ook raar: zo'n gezond kindje en dan nu ineens weg.

Ik was een maand naar het buitenland en direct erna ben ikzelf bij haar langsgegaan. Inmiddels was de oorzaak duidelijk geworden: een hartgebrek. Leven hiermee was onmogelijk.

Ik was verbaasd hoe sterk zij was. Ze was blij en dankbaar dat ze hem toch nog die tien dagen bij zich had mogen houden. Haar liefde overwon haar verdriet. Ze berustte in haar lot met een enorme gedrevenheid. Ze had nog twee kinderen, die hier niet onder mochten lijden. Dat zou het allemaal nog erger maken. Het was niet anders.

Haar zo krachtig te zien, maakte mij dankbaar. Ik was ontroerd hoe deze wrede medaille toch ook weer een keerzijde had. Het maakte mij nog eens duidelijk dat vrouwen boven zichzelf uit kunnen groeien, ook al overkomt hen leed.

Haar verloskundige (naam bekend bij redactie)

Een kind is ons geboren

Bij de woorden 'geloof, hoop en liefde' denk ik aan een warme lentedag dit jaar. Het was een drukke dag. Ik stuurde de achterwacht naar een cliënt met weeën. Na fertiliteitstraject van vier jaar, bij de laatste poging, was ze eindelijk zwanger. En nu in partu. "Vijf centimeter" vertelde de achterwacht, "maar ik heb het niet goed kunnen voelen want mevrouw was erg emotioneel tijdens het toucher."

De cliënt wilde graag in het geboortehuis bevallen dus daar spraken wij af. Heel rustig en vol zelfvertrouwen kwam ze met haar partner binnen. "Wij hebben er zin in", zei ze met een glimlach. Tijdens de wee werd ze rustig, in zichzelf gekeerd, focus op de ademhaling en na de wee kwam de glimlach weer: "Ons kindje is onderweg."

Ik bracht het toucher ter sprake. Door een negatieve seksuele ervaring heeft ze daar moeite mee. De emoties van toen kwamen dan naar boven. Samen besloten we dat die emoties niet opgeroepen mochten worden tijdens de bevalling.

Ik nam plaats op een krukje: ogen en oren open en vertrouwen hebben in de zelfkennis, het zelfvertrouwen en de wilskracht van de barende vrouw. "Ja, het wordt heftiger." "De pijn zit nu lager in mijn rug." "Het voelt alsof mijn bekken uit elkaar wordt geduwd". "Ik voel een branderig gevoel hoog in mijn vagina". "Ik heb het gevoel alsof ik moet drukken". Nog steeds met een glimlach op haar gezicht bevestigde ze wat ik zag: fysiologie.

Op handen en knieën, tijdens de uitdrijving, kwamen de tranen. Niet van de pijn, niet van de paniek, maar van geluk en ongeloof: "Het gaat nu echt gebeuren". Zuchtend werd het meisje geboren en de partner en ik begeleidden haar, tussen de benen door, naar de armen van de moeder. De blik die zij mij toen gaf zal ik nooit vergeten. "Ze is er", sprak ze met tranen in haar ogen. Tien minuten lang werd er gehuild van ongeloof, dankbaarheid en pure liefde.

De verloskundige als bewaker van de fysiologie. Deze bijzonder mooie ervaring zal ik nooit vergeten.

Eline van Westerop

Heilige Theresia

We bezoeken Honfleur en op de terugweg rijden we langs Lisieux. Borden wijzen ons naar een basiliek. "Zullen we die gaan bezichtigen?" Ben wacht mijn antwoord niet af en zet de richtingwijzer aan. Ik blader in de 'Hoogtepunten van Normandië' reisgids om uit te vinden of de kerk een omwegje waard is, als we in de verte de gigantische witgrijzige koepel al zien opdoemen. Uit de gids lees ik voor over de Heilige Theresia, die op 29 april 1923 zalig werd verklaard, en het bedevaartsoort dat ter nagedachtenis aan haar op deze plek is gebouwd. De grote parkeerplaats is nagenoeg leeg, het is heet. We zoeken een schaduwplekje om te zitten en iets uit de koeltas te drinken. De zon maakt oventjes van alle auto's, in de kerk zal het koeler zijn. Ik sla een vestje om de blote schouders, dat lijkt me gepaster, en we nemen de hoofdingang.

Ben wil een kaarsje ontsteken ter herinnering aan oma Visser. Hij rammelt met het kleingeld in zijn broekzak en fluistert dat hij op zoek gaat naar de kaarsbrandplek. Zelf loop ik langs de verschillende taferelen over het leven van deze Thérèse. Het is heerlijk koel en devoot stil. Ik probeer alle Franse onderschriften te vertalen en te begrijpen. Thérèse was jong, uitzonderlijk vroom, hield van Jezus en overleed toen ze vierentwintig was aan tuberculose.

Ik lees over vertrouwen en liefde.

Pas terug bij de auto bedenk ik voor wie ik een kaars had kunnen branden. Een kaarsje met het verzoek tot het vervullen van de kinderwens van Janet en Paul. Ben zet de airco op vol en de radio aan en mijn gedachten dwalen af naar Janet en laatste keer dat ik in een kerk was. Het was de dag dat Jochem werd begraven. Ik tel de maanden op mijn vingers. Zeventien. Eén heel jaar en vijf maanden. Als Ben me aanstoot en "wat ben je stil" zegt, ontsnapt me een diepe zucht. Dat ik met praktijkzaken bezig ben, kan ik hem beter niet laten merken.

Als we terug zijn op de camping duik in meteen het zwembad in. Nog veertien dagen vakantie, geen diensttelefoon om mijn nek. Iedere avond een wit wijntje, geen spreekuren of kraamvisites. Nadat we gezwommen hebben, steekt Ben de barbecue aan. We proosten met plastic wijnglazen en zeggen tegen elkaar dat we het goed hebben.

Dat Janet eind van de zomer bijna fluisterend meldt dat ze een positieve test heeft, verbaast me niet eens zozeer. Ik feliciteer haar, we lachen samen van 'zie je nou wel' en plannen een vroege afspraak in de spreekuuragenda.

Mijn mond valt pas open als ik de gegevens over cyclus en bijbehorende data verwerk in het computerprogramma. Daarvoor reken ik terug naar het vermoedelijke ontmoetingstijdstip van de ei- en zaadcel van onze Janet en haar Paul. Ik blader heen en weer in mijn eigen agendaatje en mijn vinger komt exact terecht op de datum van mijn bezoek aan de basiliek van Lisieux. "Honfleur mooi, Kerk mooi, 27° ☼ BBQ Scrabble gewonnen☺" Daar stond het, in mijn lelijke kriebelhandschrift, op de eerste dag van augustus.

Er schoot een apart soort pijnscheut door mijn maag, ik omcirkelde de datum een paar keer en tekende er een hartje naast. Ik legde mijn handpalm op de bladzijde, sloot mijn ogen en uit de grond van mijn hart bedankte ik de Heilige Theresia.

En om het allemaal nog mooier te maken: Het voorjaar daarop, op 29 april werd een zoontje geboren, precies op de datum dat Thérèse zalig werd verklaard.

Marianne Wigbers

De goede boodschap

Ik ben uitgenodigd voor de bevalling van mijn vriendin, net als bij haar vorige. Toen werd het helaas, tot grote frustratie van haarzelf en van mij, een sectio vanwege niet vorderende ontsluiting. "Ik geloof écht dat het deze keer gaat lukken", zeggen we in de zwangerschap. Voor haar hoop ik het vooral ook. Als iemand gemotiveerd is, is zij het. Een paar weken is er het onrustige afwachten. Wanneer gaat ze me bellen, wanneer begint het en hoe?

Bij veertig weken en een paar dagen komt het antwoord: spontane weeën, het eerste stuk ontsluiting volgens het boekje en goed te doen. We zijn niet in 'mijn' ziekenhuis en hier mogen ook vrouwen met een medische indicatie in bad. Ze ligt heerlijk in het warme water. Wat een uitkomst, dat draadloos CTG! In een pauze tussen de weeën glimlacht ze opeens. 'Hij zegt dat het goed komt en dat we het samen gaan doen.'

Dan, een tijd later: wat een pijn, wat een frustratie. Geen progressie ondanks enorm heftige weeën en onhoudbare persdrang. Zeven, acht centimeter ontsluiting. De twijfel slaat toe, moet ze dan toch straks weer richting OK? Na een tijdje komt het voorstel: nog een uur zo door, is er dan geen progressie dan wordt het alsnog een sectio. Uit bad, maximale zijligging proberen. Nog een uur alles uit de kast. Als mijn collega de kamer wil verlaten vraagt de man van mijn vriendin of ze dit uur nog wel wil proberen. Het blijft stil.

Ik wil steunen, niet bemoeien en zeg dat als het enigszins gaat, ze er toch nog voor moet gaan. Dan krijgt de vraag 'Had ik niet toch…?' tenminste nooit een kans. Reflectoire persdrang, wee na wee na wee. Bijna niet te doen, maar toch blijft ze ervoor gaan. Een uur is te veel gevraagd nu. Na een half uur is het helemaal op. Er moet wat gebeuren, zo snel mogelijk. Het kwartier tot de verloskundige komt lijkt eindeloos. Vol spanning kijken we haar aan tijdens het VT. En dan: yes! Het is volledige ontsluiting!

In een paar seconden verandert ze van moe en wanhopig naar oersterk. Ze gaat terug in bad, perst met alle kracht die ze in zich heeft. Slechts twintig minuten later zet ze haar ruime achtponder op de wereld.

Napratend over dit avontuur vertelt ze me dat ze juist in alle hevigheid en op het allermoeilijkste moment toch ineens heel even terug kon denken aan de boodschap van haar zoon. Hij had haar tenslotte ook al verteld dat het goed zou komen! Als dat geen liefde is…

Marjolein Lansbergen

Een wonder is gebeurd

Een paar jaar geleden werd ik gebeld door het AMC, of ik heel snel bij iemand langs kon gaan met persdrang. Het ging om een meisje van 17 jaar, die vanwege haar leeftijd onder zorg was daar. Ze woonde zelf in Weesp, maar was na een controle in het AMC naar het huis van de vader van haar vriendje gegaan, in Amsterdam Zuidoost. Ze had gebroken vliezen en een licht contractiele uterus. Al snel na vertrek uit het AMC had ze heftige weeën gekregen en vlot daarop persdrang.
Ik kwam binnen in een nogal rommelig huis, waar het meisje op het bed van haar schoonvader lag, tussen allerlei spullen en administratie. De baby huilde, half geboren met de beentjes nog binnen. Ik moest snel de situatie onder controle proberen te krijgen zonder kraampakket. Een collega was al onderweg met spulletjes, oma ook.
Ineens kwam schoonvader binnen, een tengere Surinaamse wat oudere man. Hij riep: "Ik heb de stem van God gehoord! Ik heb de stem van God gehoord! Ik was in de metro onderweg, maar vlakbij Centraal Station had ik het gevoel dat ik terug moest keren naar huis. En zie hier, mijn kleinzoon is in mijn huis geboren! Ik heb de stem van God gehoord!" Zo liep hij een paar minuten met opgeheven handen door zijn huis. Het bed was inmiddels schoon opgemaakt, moeder lag heerlijk met haar zoon aan de borst. Met een voldaan gevoel ging ik samen met mijn collega hiervandaan. We hadden niet alleen puingeruimd, er was hier een wonder gebeurd!

Maria Hoenderdos

Zoveel kracht en zoveel liefde

Het is alweer bijna 25 jaar geleden dat ik een bevalling thuis begeleidde van een vrouw zwanger van haar eerste kind. Ik wist dat haar zus mogelijk ook bij de bevalling aanwezig zou zijn, mocht haar toestand dat toelaten. Ze was namelijk uitbehandeld voor haar kanker en had niet lang meer te leven. Onderweg naar de zwangere probeerde ik me voor te stellen hoe de sfeer zou zijn met de aanwezigheid van een ernstig zieke zus.

De slaapkamer was heerlijk warm en sfeervol verlicht, de barende lag ontspannen op bed en haar partner lag naast haar.

De zus was duidelijk ziek, had een bleek, fragiel en mager gezicht, en een hoofddoek op om haar kale hoofd te bedekken. Maar de kracht die haar ogen en haar houding uitstraalden maakten diepe indruk op me. Ze was zo vol levenskracht en liefde voor haar zus. Lichamelijk was ze zwak, maar ze straalde kracht en liefde uit naar haar zwangere zus. Ze motiveerde en stimuleerde haar tijdens de bevalling.

Zelden heb ik iemand gezien met zoveel kracht en zoveel liefde als zij op dit moment kon opbrengen. Deze zieke vrouw bracht levenslust, hoop en geloof in een goede toekomst voor haar zus.

De manier waarop ze later haar pasgeboren neefje in haar handen hield en hem rustig toesprak was wederom een uiting van zoveel geloof, hoop en liefde in de toekomst.

Zo fragiel als ze lichamelijk was, zo krachtig was ze in haar uitstraling en haar woorden.

De zus heette Ditte en toen ik vol adrenaline naar huis reed en alles nogmaals overdacht besloot ik, terwijl ik toen absoluut nog geen kinderwens had, dat mocht ik ooit een dochter krijgen ik haar Ditte zou noemen, naar een krachtige liefde- en hoopvolle vrouw.

Bij de nacontrole vertelde de moeder dat haar zus inmiddels was overleden, maar dat ze met veel liefde terug dacht aan onder andere haar begeleiding tijdens de bevalling.

Mijn dochter is inmiddels 14 jaar. Zij moet gelukkig heel vaak uitleggen hoe ze aan haar naam komt. Vol trots vertelt ze dan het verhaal, met zoveel liefde en kracht als de vrouw waarnaar ze is vernoemd.

Ellen Huizenga