Column Beppie Benschop: Een achtbaan van emoties

Auteur
Beppie Benschop
Editie
2019; 01
Categorie
Opinie
Download pdf
Print artikel
Mijn jongste dochtertje krijgt een pacemaker. Een zoektocht van vier jaar eindigt bij de eerste de beste geslaagde meting van de onderhuidse hartritmemeter. Een week na de meting is de plaatsing van de pacemaker definitief, nog een week later zit de pacemaker erin.Je zou zeggen dat zo’n diagnose een bron van herkenning en opluchting teweeg zou brengen. En rationeel doet het dat ook, maar emotioneel…

Het is bizar hoe onlogisch je brein te werk gaat als je zoiets te horen krijgt. De seconde dat ik het woord pacemaker hoorde voelde ik me in een emotioneel vacuüm getrokken worden. Herbeleving, boosheid en verdriet. Alle emoties waar je echt geen zin in hebt, maar er was geen stoppen meer aan.

Tegelijkertijd begonnen privé en werk volledig door elkaar heen te lopen. Zo had mijn kleine meisje vlak voor de operatie een wegraking in haar klas. Hierbij werd ze opgevangen door haar zwangere, in onze praktijk lopende, juf.

De volgende dag werd ik aangesproken door twee van onze cliënten wiens kinderen bij haar in de klas zaten. Ook zou de cardioloog mij definitief berichten of en hoe de pacemaker geplaatst zou worden, maar lukte het me nauwelijks het telefoontje aan te nemen omdat ik bij een mult met 9 centimeter zat.

Toen ik de volgende dag gebeld werd voor de OK-datum was ik een spoedconsult aan het regelen voor een kraamvrouw met een trombosebeen. Tot slot bleek bij binnenkomst op de IC mijn dochtertje tegenover het kindje van Susan te liggen. Vijf zwangerschappen liep deze Susan in onze praktijk. Drie van de vier bevallingen stond ik ernaast. Vijf weken te vroeg beviel ze deze zwangerschap van een dochtertje met een zeer ernstige hartafwijking.

Mijn hoofd bonkt; werk, privé, werk, privé.

De plaatsing van de pacemaker bleek een relatief eenvoudige, maar grote operatie te zijn. Vier nachten verbleven we in het ziekenhuis. Langzaam werd mijn meisje weer de oude, opgelucht schuifelde ze de buitenwereld weer in. Gezonder dan ze ooit geweest is. Mijn kindje wel. Het kindje van Susan niet. In mijn tollende hoofd voelde ik een intense opluchting, maar ook een enorm schuldgevoel. Mijn kindje wel.

Niets is zo aanwezig als emoties en bij een verwerkingsproces zijn ze er allemaal. Angst, woede, verdriet. Urenlang doorratelen, niet kunnen stoppen maar er oh zo moe van worden.

Hoe vaak zien we dit niet bij onze cliënten? Bijvoorbeeld als een bevalling anders loopt dan verwacht. Hoe vaak bestempel ik dit niet als afwijkend, wil ik iemand ‘helpen’ het weer te laten verdwijnen? Is het niet beter te accepteren dat het ons overkomt en wachten of het brein het oplost? Pas in te grijpen nadat we het brein de kans hebben gegeven?

Het bijzondere is dat het ineens voorbij is. Zo razendsnel als ik in het vacuüm van emoties gezogen werd, zo abrupt stapte ik er weer uit. Zo zonder aanleiding. Mijn hoofd weer leeg. Hoe bizar.

Helaas was er meteen weer ruimte voor de prangende volgende vraag: Gaan wij verloskundigen eigenlijk niet veel te ver met onze ‘passie’ voor ons werk?


Beppie Benschop is eerstelijns verloskundige, werkt sinds 2002 in een middelgrote dorpspraktijk, is getrouwd met psychiater Theo Benschop en is moeder van vier kinderen.