Cliënt centraal bij inleiding?

Auteur
Joke Koelewijn
Editie
2019; 01
Download pdf
Print artikel
‘De cliënt centraal’ is een belangrijk uitgangspunt in de geboortezorg, zowel in Nederland[1,2], als internationaal.[3] Ervaren zwangeren vrouwen daadwerkelijk dat zijzelf centraal staan, ook bij toenemende interventies zoals het veelal routinematig inleiden van ongecompliceerde serotiene zwangerschappen? Dit onderzocht de Universiteit van Nottingham.[4]

Zij verrichtten een kwalitatieve systematische review volgens een methodiek die het Australische Joanna Briggs Instituut ontwikkelde.[5] Hiermee worden de geïdentificeerde thema’s (dus niet de bevindingen zelf) in de afzonderlijke artikelen samengevoegd in categorieën. Deze worden vervolgens gegroepeerd tot bredere categorieën, hierna aangeduid als kerncategorieën.

De auteurs deden een literatuursearch onder gepubliceerde en niet-gepubliceerde Engelstalige, kwalitatieve studies naar opvattingen van vrouwen over en ervaringen met inleiden bij een ongecompliceerde postterme zwangerschap. Ze identificeerden vijf studies uit Canada, Schotland, Engeland en Ierland. Alle studies maakten gebruik van individuele interviews, voorafgaand aan of tijdens de inleiding, en/of postpartum. In totaal 60 interviews.

De analyse leverde drie kerncategorieën op: a) beïnvloeding van de besluitvorming over inleiden b) de attitude van de vrouw tegenover inleiden en wat ze verstaat onder ‘time is up’ c) invloeden op de ervaring van vrouwen met inleiden en met de effecten daarvan.

‘Time is up’

Informatie over inleiden beïnvloedde de kennis van vrouwen hierover en hun voorbereiding hierop. Informatie kwam van medische professionals, van familie en vrienden en internet. Veel vrouwen vonden een folder onvoldoende. Op de beslissing om in te leiden waren zowel professionals als familieleden, met name de partner, van invloed. Veel vrouwen ervoeren de keuze voor inleiden als onvermijdelijk ofwel het volgen van ‘andermans klok’. Ook noemden vrouwen het risico van serotiniteit, maar ze gaven vaak niet aan wat dat risico dan inhoudt. Een deelnemer zag haar eigen lichaam als een risicofactor, omdat ‘haar lichaam kennelijk niet in staat is de baby op tijd geboren te laten worden.’

‘Time is up’ betekende voor vrouwen enerzijds dat ze volgens het geldende ziekenhuisbeleid te lang zwanger zijn, anderzijds dat ze zelf genoeg hadden van de zwangerschap. Sommige vrouwen hadden al tevergeefs zelf geprobeerd de baring op gang te brengen (‘hoe’ is niet duidelijk), omdat ze geen medische ingreep wilden. Redenen hiervoor waren angst voor interventies, maar ook angst voor het onbekende.

De ervaring met de inleiding werd beïnvloed door de begeleiding door zorgprofessionals tijdens de inleiding, de betrokkenheid van de partner en door het al dan niet betrokken worden bij het beleid. Dit kon leiden tot een positieve ervaring, maar ook tot teleurstelling. Voor sommigen had de omschakeling van de verwachte spontane baring naar inleiden invloed op hun ervaring. Eén studie noemde de ervaren invloed van inleiden op de moeder-kindbinding en op toekomstige zwangerschappen.

Informatie kan beter

Deze review suggereert dat de informatie over voor- en nadelen van inleiden beter kan. Vrouwen weten immers vaak niet wat ‘risico’ inhoudt. Ook noemen vrouwen regelmatig dat ze geen vrije keuze ervaren om niet ingeleid te worden. De richtlijnen bepalen dat ‘time is up’. Wel kan de zorg en begeleiding tijdens de baring de ervaring van de vrouw positief beïnvloeden, ook al verloopt de baring anders dan gepland.

De review bevat geen Nederlandse studies, maar de geïdentificeerde thema’s zijn ook voor Nederland relevant. De resultaten van de INDEX-studie kunnen gebruikt worden om heldere en onderbouwde informatie te genereren waarmee vrouwen gecounseld kunnen worden over het beleid bij (dreigende) serotiniteit, zodat ze een werkelijk geïnformeerde keuze kunnen maken.

Bovendien onderstreept deze review dat goede en betrokken zorg tijdens de baring cruciaal is voor een goede ervaring, ook als dingen anders lopen dan gepland.

Dr. Joke Koelewijn is verloskundige np, docent aan de Academie Verloskunde Amsterdam en Groningen en onderzoeker bij Sanquin Research.