Borstvoedingscolumn: Beroepsdeformatieten

Auteur
Marieke van Luin
Editie
2019; 02
Categorie
Opinie
Download pdf
Print artikel
“Wat een leuke borsten heb jij”, flap ik er opgetogen uit tegen een ietwat ingetogen moeder. Ze lacht verrast en kijkt me vragend aan. “Het is heel goed te voelen waar de volle slokken zitten, en ze zijn makkelijk leeg te masseren”, leg ik uit. Ik vind het echt een sport om een beetje met die borst te spelen en de kleine te laten slikken.

“Voel zelf eens, voel je dat?” Aarzelend bewandelt ze met haar vingertoppen de borst alsof ze deze nooit eerder bewonderde. Haar partner kijkt van een afstand geïntrigeerd toe. “Mag hij ook even voelen?”, vraag ik. Voorzichtig glunderend stemt ze toe. Hij valt toesnellend bijna van zijn stoel en is zwaar onder de indruk van haar voedinggevende borsten. Tot deze tiende dag was ze overtuigd dat haar borsten het niet goed deden en was ze druk met kolven en bijvoeden. Dit consult was haar laatste poging om het borstvoeden een kans te geven.

Ik vind borsten leuk en ik zit er met plezier aan. Ik geef graag de schuld aan beroepsdeformatie, maar ik moet toegeven dat ik altijd al makkelijk aan borsten van vriendinnen om mij heen zit. Ik ben er berucht om. Bij klanten word ik ook vaak als een magneet naar die borst toe getrokken om te voelen of er kliertjes zitten die leeg willen. Ik houd me zo veel mogelijk in, maar toch, zodra dat kleintje stilvalt en in slaap sukkelt, dan reikt mijn hand naar die borst. Al aanrakend betrap ik mijzelf dan weer.

Natuurlijk nodig ik de moeders vervolgens van harte uit zelf aan hun borst te voelen.Vaak is dat de eerste keer en ontdekken ze dan hoe volle melkklieren voelen en wat ze ermee kunnen. Ik verbaas me er over hoe weinig moeders aan hun borsten zitten. Maar ja, dat komt misschien door mijn handtastelijke natuur.

Deze moeder was ervan overtuigd dat de baby niets binnen kreeg en alleen op haar tepel aan het sabbelen was. Weinig plas met uraten gaf op dag drie reden tot twijfel of de baby wel echt iets binnen kreeg. Het gewicht was niet zorgwekkend; een procent of vier afgevallen. Haar tepels deden geen pijn. Toch waren ze vanaf die dag overgegaan op kolven en bijvoeden. En kolven vond ze inmiddels behoorlijk ‘K’, al gebruikte ze iets andere woorden. Maar met haar handen haar borsten aanraken had ze nog niet gedaan.

De baby blijkt het met een beetje stimulans prima te doen aan de borst. Met af en toe extra kolven en vaak aanleggen ziet ze het de komende dagen wel zitten. Daarna kijken we wel verder.

Ik loop naar de keuken om voor de zoveelste keer mijn handen te wassen. Dat doe ik nog net wel voordat ik aan iedereen ga zitten. Als ik in de aangrenzende keuken met mijn rug naar haar toe sta, bekent ze bedremmeld dat ze nooit zo van haar borsten gehouden heeft. “Oh aha”, roep ik, “ja, dat is soms zo, dat kan natuurlijk ook. Je hoeft het ook niet leuk te vinden hoor, laten we gewoon even zien hoe het nu verder gaat.”

Als ik terugloop zitten vader en moeder eensgezind verliefd naar hun voedende zoon te kijken. Ik huppel bijna naar mijn fiets als ik buiten in de zon sta. Ik kan het gewoon niet helpen, ik vind borsten echt leuk.