Reanimatie van de pasgeborene. Nieuwe afspraken voor verloskundigen

Auteur
Alieke de Roon
Editie
2019; 02
Download pdf
Print artikel
Het KNOV-standpunt ‘Reanimatie pasgeborene’ is onlangs vervangen door een addendum bij de bestaande multidisciplinaire richtlijn van de Nederlandse Reanimatieraad. Deze richtlijn is nu te gebruiken door eerstelijns verloskundigen. VSV-Arnhem ontwikkelde inmiddels een multidisciplinaire scholingsbijeenkomst over reanimatie van de neonaat. Verloskundige Lieke van der Reek: “De verschillende protocollen in onze regio zijn nu op elkaar afgestemd.”

De multidisciplinaire Nederlandse Reanimatieraad (NRR), vertegenwoordiger voor reanimatierichtlijnen van diverse beroepsgroepen in de gezondheidszorg, maakte de richtlijn ‘Reanimatie en ondersteuning van de transitie van het kind bij de geboorte’.

De KNOV maakte voor verloskundigen een addendum, dat de NRR-richtlijn waar mogelijk volgt en dat zich vooral richt op beroepseigen werkafspraken, zoals de thuispartus. Voor het opstellen van de tekst maakte de KNOV gebruik van de inbreng van cliënten, verloskundigen en andere zorgverleners die betrokken zijn bij reanimatie van de pasgeborene. Zij konden hun stem laten horen in invitational conferences en tijdens de commentaarfase van het concept.

Wat is nieuw?

Andere handelingsvolgorde

Het eerdere KNOV-standpunt beschreef de handelingsvolgorde volgens ABC: Airway (luchtweg), Breathing (ademhaling), Circulation (circulatie). Het addendum adviseert A en B parallel aan te pakken met continue evaluatie van de effectiviteit van de handelingen.


Aandacht voor beleving en inbreng ouders

Het addendum besteedt aandacht aan de verantwoordelijkheden van verloskundigen in het kader van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). Het addendum raadt aan reanimatie al prenataal expliciet te bespreken. Prenatale toestemming is echter vanuit de WGBO gezien onmogelijk en onwenselijk.

Tijdens de reanimatie informeert de verloskundige de ouders, vraagt zij toestemming voor de acties en blijft zij voortdurend met hen in contact. Achteraf geeft zij uitleg over de handelingen en is er ruimte voor evaluatie en gevoelens.

Met deze aanbevelingen komt het addendum tegemoet aan zowel de wensen van de cliëntenvertegenwoordiging als van de NRR.


Samenwerking met de kraamverzorgende

Het addendum gaat uit van samenwerking tussen de verloskundige en de kraamverzorgende. Het benoemt expliciet de taakverdeling tussen beiden, zodat deze door beide professies getraind kan worden. Volgens de wet BIG en het KNOV-beroepsprofiel is de verloskundige verantwoordelijk voor het beleid, de communicatie naar de ouders en het Basic Life Support (BLS). De kraamverzorgende volgt de instructies van de verloskundige op en assisteert alleen in haar opdracht, conform het beleid van het Kenniscentrum Kraamzorg (KCKZ).

In afstemming met de NRR adviseert het addendum dat beide professies zowel het beademen als het geven van thoraxcompressies moeten beheersen. Zo is bij optredende vermoeidheid afwisseling van handeling mogelijk. In de handelingsvolgorde start de verloskundige over het algemeen met beademen. Het heeft de voorkeur om als verloskundige eerst daarmee door te gaan en de kraamverzorgende thoraxcompressies te laten geven, omdat beademen een meer complexe handeling is.


Reanimatie prematuren

Beademing

De NRR-richtlijn adviseert om prematuren met een lagere druk te beademen dan aterme pasgeborenen. Insuffleren bij een asfyctische prematuur dient voorzichtiger te gebeuren. Verloskundigen die insuffleren op geleide van thoraxexcursies zorgen ervoor dat het overdrukventiel niet ‘klapt’. Bij voorkeur beademt de verloskundige ook thuis met een T-stukresuscitator (NeoTee™), waarvan de druk (lager) ingesteld kan worden.


Afdrogen

De NRR-richtlijn adviseert om prematuren niet af te drogen en in een zak onder een stralingsbron te plaatsen. Thuis is zo’n stralingsbron meestal niet aanwezig en ook in de ambulance niet. In afstemming met de NRR is de aanbeveling in het addendum om een prematuur kind in de eerstelijnssituatie wél af te drogen en warm te houden, bij voorkeur bij de moeder.


Definitie asfyxie

Het addendum hanteert een andere definitie van asfyxie dan het eerdere standpunt. Zowel de Verloskundige Indicatielijst (VIL) als de Indicatorenset Integrale Geboortezorg gaan uit van <7. Het addendum volgt de VIL en de Indicatorenset Integrale Geboortezorg. Zowel de incidentiecijfers als de eventuele verwijzing post partum zijn op de huidige definitie van <7 aangepast.


Voorbehouden handelingen

Handelingen en middelen uit de NRR-richtlijn die enkel zijn voorbehouden aan artsen zijn niet opgenomen in het addendum. Voorbeelden hiervan zijn laryngoscopie en het toedienen van bepaalde medicijnen.

Saturatiemetingen zijn ook niet opgenomen in het addendum. Hoewel het gebruik hiervan geen voorbehouden handeling is, passen eerstelijnsverloskundigen dit nauwelijks toe. Wanneer verloskundigen gebruik willen maken van saturatiemetingen tijdens een reanimatie van de pasgeborene, kunnen zij gebruik maken van de bovenliggende tekst van de NRR-richtlijn.

Conclusie

Het nieuwe addendum is toepasbaar voor verloskundigen (en kraamverzorgenden) in de eerste lijn. De aanbevelingen sluiten aan op de (inter)nationale reanimatierichtlijnen en doen recht aan de zorg voor cliënten en hun pasgeborenen, ook in de eerstelijnssituatie.

Er is een MIO-opzet beschikbaar, waarmee verloskundigen aan de hand van (eigen) ervaringen leren hoe zij beter voor zichzelf en hun collega's kunnen zorgen na een ingrijpende gebeurtenis. Daarnaast bewerkte de KNOV een VSV-nascholing over acute verloskunde van VSV ‘Kracht’ in Arnhem tot een nascholingsopzet voor landelijk gebruik.

Meer informatie: www.knov.nl, pagina over reanimatie van de pasgeborene.

Samenwerking rond reanimatie

De werkgroep ‘ketentraining verloskunde’ van VSV-Arnhem ontwikkelde een multidisciplinaire scholingsbijeenkomst over reanimatie van de neonaat. Aanleiding waren de aanbevelingen in de Zorgstandaard over acute verloskunde en het nieuwe addendum van de KNOV.

Werkgroeplid en verloskundige Lieke van der Reek: “Wij wilden het heel graag samen met alle betrokken zorgverleners in de keten over dit onderwerp hebben. We organiseerden een avond om kennis over reanimatie op te frissen, begrip te krijgen voor elkaars werkwijze en om onze communicatie te verbeteren voor de overdracht. Daarvoor maakte de werkgroep een aantal presentaties. Daarnaast produceerden we een film om de werkzaamheden van iedere beroepsgroep inzichtelijk te maken. Zo wordt heel goed duidelijk welke uitdagingen er voor elke beroepsgroep zijn, zowel thuis als in het ziekenhuis, en hoe we elkaar daarbij kunnen ondersteunen. We kregen uiteindelijk ongeveer 70 enthousiaste collega’s bij elkaar. De groep bestond uit kraamverzorgenden, collega’s van de ambulance, verpleegkundigen, eerste en tweedelijns verloskundigen, gynaecologen, kinderartsen en anesthesiemedewerkers. De verschillende protocollen in onze regio zijn nu op elkaar afgestemd.”

Het VSV in Arnhem stelt de opzet voor de scholing, inclusief presentaties en film, beschikbaar aan de KNOV, zodat alle VSV’s in het land er gebruik van kunnen maken.