Referaat: Student pleitbezorger fysiologische verloskunde

Auteur
Joke Koelewijn
Editie
2019; 04
Categorie
Wetenschap
Download pdf
Print artikel
Onderzoekers van Midwifery Science in Maastricht wilden inzicht hebben in de houding van verloskundestudenten tegenover fysiologische geboortezorg, hun motivatie én in hun leerbehoeften.

De fysiologische benadering van de geboortezorg is een essentieel onderdeel van de verloskundige visie. We zien echter niet-acute verwijzingen durante partu toenemen, met hierin een grote praktijkvariatie. Daarnaast vrezen sommigen dat de overgang naar integrale zorg zal leiden tot meer interventies. Dergelijke veranderingen hebben ook gevolgen voor verloskundeopleidingen. De opleidingen willen studenten -in het theorieonderwijs en in de praktijk- opleiden tot pleitbezorgers van de fysiologische benadering van de geboortezorg, ook in een veranderende context.

Om inzicht te krijgen in de houding van verloskundestudenten tegenover fysiologische geboortezorg, in hun motivatie om fysiologische zorg te promoten én in hun leerbehoeften hierin, verrichtten onderzoekers van Midwifery Science in Maastricht een kwalitatieve focusgroepstudie.[1] Zij nodigden in 2017 alle 160 vierdejaars verloskundestudenten uit. Er deden 37 vrouwelijke studenten van 20-25 jaar van alle verloskunde-opleidingen mee (respons 23%) in vijf focusgroepen.

Uit de analyse kwamen drie thema’s: ‘persoonlijke kracht’, ‘een stem krijgen’ en ‘leren door voorbeelden’.

Persoonlijke kracht

De studenten gaven aan dat zij zich tijdens hun opleiding de beroepsfilosofie van de fysiologische benadering steeds meer eigen maakten en ook een eigen benadering hierin ontwikkelden. Hierdoor groeide hun gevoel van persoonlijke kracht. Ze omschreven deze benadering als ‘low-risk’, afwezigheid van complicaties, vermijden van (onnodige) interventies, rustig observerend ‘met de vrouw’ zijn. Ze merkten dat ze in staat waren vrouwen vertrouwen te geven in een fysiologische baring en zo de persoonlijke kracht van vrouwen te vergroten. Studenten ervoeren een spanning tussen het bepleiten van een fysiologische benadering en ‘shared-decision making’ waarin de wensen van de vrouw centraal staan. Ze willen objectieve informatie geven en de keuzes van de vrouw afwegen tegen ‘evidence-based’ handelingen die een fysiologische baring bevorderen, zoals een verticale baringshouding. Studenten gaven aan dat zij in hun stages weinig voorbeelden zien waarin wetenschappelijke bewijs in discussies wordt ingebracht.

Een stem krijgen

Tijdens de stages, vooral de klinische, hadden de deelnemende studenten last van de gevestigde hiërarchie, waarin studenten onderaan staan. Ze voelden zich afhankelijk, waardoor ze zich minder makkelijk konden uitspreken. Met hun eigen verloskundige ervaring werd vaak geen rekening gehouden. Ook in eerstelijns praktijken hinderde deze hiërarchie hen soms. Studenten voelden zich min of meer gedwongen zich aan te passen aan de normen en waarden van de stagepraktijk. De begeleider is immers ook hun beoordelaar. Stimulerend noemden de studenten situaties waarin vragen gesteld en besproken konden worden en waarin de inbreng van de verschillende betrokken professies, inclusief die van de student, serieus werd genomen.

Leren door voorbeelden

Observeren van fysiologische manieren van werken en zien hoe verloskundigen opkomen voor fysiologische geboortezorg vonden de studenten essentieel. Tijdens de stage zien zij positieve voorbeelden, maar helaas ook negatieve. Zo krijgen studenten soms niet de kans om andere baringshoudingen dan de horizontale uit te proberen. Ervaren verloskundigen geven de studenten meer de gelegenheid hiermee te experimenteren dan onervaren begeleiders. De studenten leren ook van elkaar tijdens intervisiebijeenkomsten op de opleiding. Hierbij is de rol van de docent belangrijk. Als deze kritische vragen stelt, discussies stimuleert en zelf een fysiologische visie uitdraagt, gaan studenten steeds meer hun eigen benadering en houding ontwikkelen, ook als ze in de stage niet altijd ondersteund worden in de fysiologische benadering.

Taak voor alle verloskundigen

De deelnemende vierdejaarsstudenten hebben zich een fysiologische benadering eigengemaakt. Een lastig dilemma voor studenten (en mogelijk ook voor verloskundigen) is de balans zoeken tussen het pleitbezorger zijn van de fysiologische benadering en de eigen keuze van de vrouw. Volgens de nieuw geformuleerde KNOV-visie zijn dit immers allebei essentiële onderdelen van de visie.[2]

Rolmodellen, zowel in het theorie-onderwijs als de stages, spelen voor studenten een belangrijke rol in de ontwikkeling van een eigen visie en in het leren verwoorden hiervan.

Een taak voor alle verloskundigen!

Dr. Joke Koelewijn is verloskundige np, docent aan de Academie Verloskunde en Groningen en onderzoeker bij Sanquin Research